Pages Navigation Menu

Spreekbuis van de Lateral Boys

Categories Navigation Menu

Zaanse Methoden: Yoann de Boer

Zaanse Methoden: Yoann de Boer

Na jaren van afwezigheid zijn de ‘Zaanse Methoden’ heringevoerd. De website mag dan wel een nieuw verflaagje hebben gekregen, de gehanteerde  ondervragingstechnieken zijn hetzelfde gebleven. Die minzame man met die aanvoerdersband rond zijn arm, die altijd zijn werk doet en die je daarbij nooit hoort klagen stemde in om met ons een uurlang aan één tafel te zitten. Welk persoon gaat er schuil achter Yoann de Boer? Wat drijft hem en waar wil hij met zijn voetbalcarrière naartoe? We hebben gepoogd om op die en andere vragen een passend antwoord te krijgen…


Yoann, ben je nerveus?
‘Voor dit interview? Nee.’

Nou, het afnemen van interviews valt op de site Fortuna Online onder de categorie ‘Zaanse Methoden’. Weet je wat dat inhoudt?
‘Nee.’

Ter verduidelijking: ‘De Zaanse verhoormethode is een omstreden verhoormethode bij justitiële zaken die zich kenmerkt door het laten herbeleven van de misdaadsituatie. De methode is vernoemd naar Zaandam, waar voor het eerst gebruik werd gemaakt van deze vorm van verhoor. De methode werd gebruikt bij verdachten die langdurig werden verhoord maar bleven zwijgen. De verdachte wordt duidelijk gemaakt dat langer zwijgen tot een gevangenisstraf leidt.
‘Haha, maar welke misdaad heb ik dan begaan?’

Vermoedelijk geen enkele, maar wil alleen peilen of je nerveus bent.
‘Nee hoor, ik ben niet nerveus. Ik heb tenslotte niks te verbergen.’

Andersom is dat niet helemaal het geval. Voor een eerste keer valt een Frans staatsburger ten prooi aan ‘Zaanse methoden’. Over Fransen bestaat het beeld dat het niet de meest vriendelijke Europeanen zijn. Maar jij bent toch één en al vriendelijkheid?
‘In het verleden werd er in Nederland inderdaad zo over Fransen gedacht. Ik woon hier nu lang genoeg om te kunnen zeggen dat de nieuwe generatie Nederlanders en zelfs de oudere generatie dol is op Frankrijk. In Nederland vallen voldoende Franse invloeden op te merken, zoals bijvoorbeeld eetgewoontes. Ik merk wel dat heel veel Nederlanders in Frankrijk op vakantie gaan en dan andere Nederlanders opzoeken. Misschien doen ze dat bewust, maar dat weet ik niet.’

Omdat je een Nederlandse vader hebt ben je wellicht geen typische Fransman. Daarnaast ben je ook nog geboren in Marseille. Wat maakt deze stad zo anders dan de rest van Frankrijk?
‘Marseille is vergelijkbaar met Rotterdam. Er heerst daar een mentaliteit die voorvloeit uit de multiculturele samenleving. De aanwezigheid van een grote haven heeft daar voornamelijk voor gezorgd. Daarnaast voelen inwoners zich meer inwoner van Marseille dan inwoner van Frankrijk. De stad en de regio gaan boven het gevoel van het land van herkomst van haar inwoners. Doordat er zoveel verschillende culturen samensmelten is de stad meer een stad op zich dan een onderdeel van Frankrijk. In Parijs zal dat gevoel ook wel heersen, maar daar voelt men zich toch Fransman. In Marseille niet. Daar voelt men zich op de eerste plaats ‘Marseillais’ en daarna pas Fransman. Het is een beetje ‘wij tegen de rest’ en als ik in Rotterdam ben, heb ik dat gevoel ook een beetje. Dat is nu eenmaal de invloed die een grote haven op een stad heeft.’

In Nederland bestaat er een grote rivaliteit tussen Amsterdam en Rotterdam op allerlei gebied. Zo zul je bijvoorbeeld in Amsterdam niemand met een Feyenoord-shirt zien lopen of andersom. Maar waarom heeft Olympique Marseille zoveel aanhangers in Parijs?
‘Ja, maar in Marseille vind je echt geen supporters van Paris Saint Germain. Tsja, ik heb eigenlijk geen verklaring voor het feit dat er zoveel OM-supporters in Parijs wonen. Misschien laat ook hier de haven zijn invloed gelden. Voor veel Noord-Afrikanen is dat toch de poort waar ze Europa binnenkomen. Omdat OM de grootste club van Frankrijk is en veel mensen van voetbal houden, nemen ze dat wellicht mee als ze hun tocht verderzetten om zich in Parijs te vestigen. Saint-Etienne is ook een hele grote club, maar OM heeft de laatste seizoenen toch meer bereikt. Tevens is het zo dat mensen zich altijd met winnende clubs associëren. Olympique Lyon heeft ook heel veel gewonnen en toen zag je dat mensen voor die club supporterden. Maar je kunt niet ontkennen dat OM een hele grote invloed heeft gehad op het Franse voetbal.’

Sterker nog; toen ik een keer Lille bezocht, kwam ik als eerste een OM-shirt tegen. ‘Bienvenue chez les Ch’tis’ dacht ik nog…
‘Haha, maar ‘Les Ch’tis’, dat is wel heel iets anders dan Marseille hoor! Zoals ik al zei, Marseille is gewoon voetbalstad nummer één in Frankrijk.’

À propos ‘Bienvenue chez les Ch’tis’. Je favoriete film zal wel ‘Taxi’ zijn, nietwaar?
‘Mijn favoriete film is dat niet. Ik ken de film wel, er zijn vier delen van, maar alleen de eerste versie vind ik leuk. Daarna vond ik het helemaal niks meer. Het is natuurlijk wel leuk dat het zich afspeelt in je geboortestad. Je herkent de hele stad, maar de hoofdrolspelers zijn bijvoorbeeld helemaal niet uit Marseille afkomstig. Je hoort aan de accenten wel dat de figuranten uit Marseille afkomstig zijn, maar de hoofdrolspelers hebben daar helemaal niks mee te maken en dat hoort gewoon niet. Desondanks staat de vierdubbele dvd-box in mijn kast.’


De beroemde taxi uit de film ‘Taxi’, welke zich in en rond Marseille afspeelt

Boudewijn Zenden liet een keer in een interview optekenen dat Marseille een centrum heeft van pakweg 10 straten en dat de rest van de stad uit volkswijken bestaat. Kun je dat beamen?
‘Ik weet niet wat hij daar dan zoekt. Als je naar Marseille gaat om te shoppen, dan beperkt zich dat inderdaad tot tien straten, maar ik kom van daar en dan is dat toch anders. Hij komt van buitenaf met een andere mentaliteit en afkomst en dan is dat anders dan als je daar geboren bent en tot je 16e hebt gewoond. Voor mij staat buiten kijf dat de stad veel potentie heeft, maar inderdaad, het klopt wel dat er heel veel volkswijken zijn. Ik kan me voorstellen dat het voor een buitenstaander beangstigend is. Je hebt er te maken met criminaliteit en alle andere dingen die kenmerkend zijn voor een metropool. Maar als je daar even bent, merk je wel dat de mensen heel open zijn. Ze zijn vriendelijk en je bent overal welkom.’


Marseille, de geboortestad van Yoann

De mensen zijn niet zo hautain als Parijzenaars?
‘Nee, juist het tegenovergestelde. Begrijp me niet verkeerd, Parijs vind ik een schitterende stad voor drie dagen lang. Daarna is het een grijze stad. Mensen zijn daar eenlingen en staren, bijvoorbeeld als je in de metro zit, wat voor zich uit. In Marseille maak je juist het tegenovergestelde mee. Je voelt je meer welkom, de deur staat voor je open. De zon speelt wel een grote rol daarin. Je hebt daar 300 dagen per jaar zon en als je daarmee opstaat begin je vanzelf al te genieten.’

Ondanks dat me de volkswijken in Marseille enigszins deprimerend lijken, leeft een inwoner van Marseille volgens het principe van ‘de drie r’s’: risquer (risico nemen), rire (lachen) en rêver (dromen). Hoe geef jij hieraan invulling?
‘Deprimerend? Nee, juist niet! Als de zon schijnt is dat heel iets anders. De mensen zijn daardoor veel buiten. Ze zitten niet opgesloten, kunnen overal naartoe. Je hebt de zee, je zit zo in de bergen, heel anders dan Parijs. Daar heb je maar een paar parken waar een beetje groen is en voor de rest niks. Marseille is een stad middenin de natuur.’

‘Goh, ‘de drie r’s’? Ik weet niet waar je het vandaan hebt gehaald (uitspraak van de Franse etnoloog, verbonden aan de unitersiteit van Aix-en-Provence, Christian Bromberger, red.), maar het klopt wel. (Peinzend) Ja inderdaad, dat klopt wel. Het is kenmerkend voor hetgeen ik al heb verteld. Het dromen, het lachen… Mensen zijn gewoon levensgenieters. Maar, als het eens een ochtend slecht weer is, dan slaat de stemming om en zijn mensen hartstikke chagrijnig. Het weer speelt een grote rol in het zuiden.’

In 1993 behaalde OM haar grootste succes uit de clubhistorie toen het de Champions League won. Je was toen 11 jaar oud. Toen je de volgende dag naar school moest, droeg je toen een OM-shirt?
‘Wàt, naar school? Ben je gek! ’s Ochtends was er helemaal niemand op school! Dat weet ik nog heel goed. Ik heb de finale bekeken samen met mijn neefjes, mijn ouders en grootouders en na afloop zijn we in het centrum gaan feesten tot diep in de nacht. Voor de stad was dat echt geweldig.’

Je hebt ook in de jeugd van OM gespeeld. Hoe gaat dat eraan toe?
‘Dat kun je niet vergelijken met Nederland. Zeker destijds niet. Het was wel een goed niveau, maar onvergelijkbaar met Nederland. Omdat Frankrijk zo groot is, kun je niet één competitie organiseren. Het land was destijds verdeeld in vier regio’s en binnen die regio’s spelen de clubs een competitie onderling. Daarvan spelen de winnaars tegen elkaar om te komen tot een kampioen. Omdat kinderen niet het hele weekend in trein of bus kunnen zitten, hebben ze dat zo opgelost.’

Tevens ben je er ballenjongen geweest. Dacht je toen al ‘Ik wil later de nieuwe Didier Deschamps worden’? Was dat trouwens nog in de grote tijd van OM?
(Lachend) ‘Goh ja, al ben ik wel een paar centimeter groter geworden. Die periode heb ik wel meegemaakt, al heb ik betere herinneringen aan de periode net daarna. Sonny Anderson en Alen Boksic waren bijvoorbeeld spelers die zijn gebleven. Maar Olympique en Marseille, dat is gewoon je club, dat is je stad en je bent er ballenjongen. Maar ik denk ook dat als je als jong ventje bij Fortuna ballenjongen bent, dan heb je daar ook goede herinneringen aan. Of je dat nu bij Fortuna, of bijvoorbeeld Ajax of PSV bent, dat maakt volgens mij niet uit. In mijn geval was dat natuurlijk wel wat extremer, omdat die spelers zojuist de Champions League hadden gewonnen, maar in wezen maakt dat niet veel uit.’


In deze voetbaltempel mocht Yoann ballenjongen spelen

Kun je me als Fransman vertellen waar de Marseillaise globaal over gaat?
‘Als ik me niet vergis is de Marseillaise het lied dat werd gezongen door soldaten die marcheerden van Marseille naar Parijs ten tijde van de Franse Revolutie. Er komen teksten in terug zoals ‘de kinderen van het land’, ‘de dag van de glorie is aangebroken’ en ‘we doen het voor onze vrouwen en onze kinderen’. Het is dus een soldatenlied met een mooie melodie.’

Op enig moment verhuisde je naar Nederland. Hoe was dat? Sprak je toen al Nederlands?
‘Heel gebrekkig. Dat beperkte zich tot een paar woorden en zinnen. Het was dus niet je van het. Maar omdat ik op het VWO werd gedropt moest ik het wel snel inhalen. Werkomstandigheden van mijn vader zorgden er trouwens voor dat we terug naar Nederland zijn gegaan.’

Als je vanuit Marseille verhuist naar Brabant, wat mis je dan het meest?
‘Mijn vrienden. Ik was 16 en dan heb je al vrienden gemaakt. De eerste paar weken denk je wel bij jezelf ‘Hier heb ik helemaal geen zin in’, maar ik had me wel meteen aangemeld bij de plaatselijke voetbalclub. En ik moest natuurlijk naar school. Dan zit je meteen in een bepaald ritme en vooral via het voetbal maak je snel nieuwe vrienden. Je hebt dan één gemeenschappelijk doel, één gemeenschappelijke passie en als je plezier hebt, maak je al gauw nieuwe vrienden. Ook al was ik nog een B-junior, ik mocht al in de A-jeugd voetballen. Je wordt dan vanzelf een beetje beschermd door de grotere jongens en gaat alles vanzelf.’

Voetbal was dus een goede afleiding voor je. Vanuit Willem II trok je naar FC Eindhoven waar je tot tweemaal toe laatste werd. Wat leer je daaruit?
‘Het waren mijn eerste jaren als profvoetballer. Dan leer je hoe het is om profvoetballer te zijn, hoe het is om je plek te winnen binnen een selectie, hoe het is om je plek te kunnen behouden binnen een selectie, hoe het is om 36 wedstrijden per jaar te moeten presteren. Niet een paar wedstrijden, maar allemaal. Dat zijn de stappen die je dan zet. Wat houdt betaald voetbal nu precies in? Dat leer je. Je staat laatste dus dan zul je ook moeten knokken om te overleven. Je speelt toch tegen betere tegenstanders en daar leer je ook van. Omdat je altijd wilt winnen, zul je nóg een stapje harder moeten lopen.’

Het is bekend dat landgenoten elkaar meestal opzoeken. Had je meteen een klik met Kévin Diaz toen hij naar FC Eindhoven kwam?
‘Ja, maar dat is ook logisch, landgenoten onder elkaar. We konden meteen goed met elkaar opschieten en zijn goede vrienden van elkaar geworden. Het helpt ook mee dat hij ook supporter van OM is, ondanks dat hij uit Parijs komt. Dat is altijd leuk.’

Vanuit de kelder van de Jupiler League vertrok je naar FC Den Bosch. Op dat moment een subtopper. Waarom is het daar niks geworden?
‘Verschillende redenen, verschillende redenen… Ik heb eigenlijk weinig zin om daarop nog terug te komen. De eerste seizoenshelft van mijn eerste seizoen bij FC Den Bosch was gewoon goed. De tweede helft was ik geblesseerd, zes maanden lang. Vanaf dat moment is het eigenlijk niet goed gegaan tussen mij en de club.’

Vervolgens tekende je een half jaar bij Fortuna. Nou ja, eerst wel, toen volgens Omroep Brabant weer niet, maar uiteindelijk was iedereen blij toen je ’s avonds op L1 verscheen. Twijfelde je toen zozeer?
‘O, nee, maar het verhaal was dat ik in contact was gekomen met een Franse club. En die kwam ook nog uit Zuid-Frankrijk, simpel. Mijn vriendin woonde nog in Frankrijk dus voor mij was het helder dat ik daaraan de voorkeur wilde geven. Ik heb dat ook eerlijk tegen Fortuna gezegd en dat konden ze begrijpen. Op enig moment zeiden ze wel tegen me dat ze niet meer wilden wachten en dat ik een keuze moest maken. Ik koos toen eieren voor mijn geld en het werd Fortuna. Het was dus niet zo dat ik geen keuze had, nee. Ik had destijds een heel goed gesprek gehad met Roger Reijners en dat bracht mij aan het twijfelen. Sowieso was Fortuna in Nederland mijn eerste keuze. Er waren ook nog wat andere clubs die me hadden gebeld en dan die Franse club die het jaar daarop zelfs promoveerde naar Ligue 1. Dat zou mooi zijn geweest, terug naar Frankrijk, omdat daar al mijn familie zit.’

Die tweede seizoenshelft speelde je constant tegen degradatie als centrale verdediger. Hoe is dat?
‘Maar dat wist ik. Daar ben ik juist voor gehaald. Ik wilde sowieso weg bij FC Den Bosch. Ik vond het niet meer fijn daar en wilde gewoon weer plezier hebben. Dat heb ik hier gevonden, waarbij het duidelijk was dat ik achterin zou gaan spelen.’

Werk je dan ook met een lijstje waarop staat tegen welke tegenstanders je punten moet halen? Een soort schaduwklassement?
‘Nee dat doe ik niet. Ik bereken niet van ‘die dit’ en ‘dat daar’ en dergelijke. Nee, je moet iedere wedstrijd ingaan met de gedachte dat je gaat winnen. Als je gaat rekenen ben je met andere dingen bezig dan elke wedstrijd voor de drie punten te gaan. Tijdens een wedstrijd kun je wel merken dat er niet meer inzit dan een puntje en dan ga je voor dat ene puntje. Maar je gaat niet een wedstrijd in met de gedachte ’we moeten vandaag een punt halen’, nee. Je kunt wel eens een veel betere ploeg tegenkomen die hoger op de ranglijst staat, maar die kunnen een off-day hebben. Als je dan een de wedstrijd ingaat met de gedachte een punt te gaan halen, zou je achteraf wel eens spijt kunnen hebben niet meer te hebben aangezet, want je had voor drie punten kunnen gaan. Natuurlijk denk je wel van tevoren ‘tegen die tegenstander móéten we drie punten halen’, maar het heeft er ook mee te maken waar je precies op de ranglijst staat. Destijds, toen ik samen met Edwin Linssen en Harrie Gommans arriveerde, zaten we wel in een benarde situatie, speelde je tegen degradatie en ga je misschien wel wat eerder rekenen, maar in principe niet. Ik ga altijd voor de overwinning.’

Hoe kom je tot rust tijdens zo een stresserende periode? De trainer heeft het woord ‘koppijnvoetbal’ wel eens in de mond genomen. Hoe geraak jij van je hoofdpijn af? Met andere woorden: heb je passies buiten het voetbal?
‘Ja, maar dat is voor iedereen anders natuurlijk. Ik heb wel een paar dingen waar ik me mee bezig houd. Ik weet trouwens niet wat de trainer bedoelt met ‘koppijnvoetbal’. Was het spel dan slecht? Als je tegen degradatie speelt maak je je natuurlijk wel zorgen. Maar iedereen heeft zijn eigen bezigheden of passies buiten het voetbal om in ieder geval wat afleiding te zoeken. Maar je moet je wel te allen tijde bewust zijn van de positie waarin je je bevindt en niet alles licht opvatten.’

Op de laatste speeldag speelde Fortuna zich veilig; correctie, won MVV van TOP Oss, waardoor Fortuna zich handhaafde. Toen hoorde je overal ‘dit nooit meer’. Jij tekende toen netjes bij, maar was zowat de enige. Wat dacht je toen je na de eerste training onder de douche stond?
‘Tegen FC Zwolle was ik half de wedstrijd in Zwolle aan het volgen en half de uitslagen op de andere velden via mijn gsm, want ik was geschorst. Maar na de eerste training, pff, goh… Je bent de eerste weken altijd een beetje aan het zoeken, al merkte je wel dat er heel veel veranderd was en er nog wel wat bij moest komen. Aan de andere kant kunnen minder grote namen wel goed uitpakken, kijk maar naar FC Eindhoven. Het is de vraag hoe snel en of je een samenhang kunt vinden tussen de selectiespelers. Maar FC Eindhoven is voor mij een voorbeeld dat het niet nodig is om groot te zijn. Als je de inzet en slimheid hebt plus de drive om dingen uit te voeren zoals een trainer het wil kun je van iedereen winnen en heel mooi voetbal laten zien. Maar ja, dingen zijn niet gelopen zoals ze hadden moeten lopen, verleden seizoen.’


Yoann zet de achtervolging in

Er werd trouwens gesuggereerd dat je alleen maar bijtekende omdat Roger Reijners je een plek centraal op het middenveld beloofde. Maar je voldeed toch als centrale verdediger?
‘Met betrekking tot dat bijtekenen, dat klopt niet. Ik heb helemaal niet onder Roger Reijners bijgetekend, maar onder Wim Dusseldorp. Het ging me eigenlijk helemaal niet om de positie. Mijn gevoel was goed. Ik heb bijgetekend omdat mijn gevoel hier heel goed was en ik had geen zin om weg te gaan en elders weer te gaan vechten voor mijn plek. Nee, ik heb hier in zes maanden weer mijn plezier in het voetbal teruggevonden. Ik heb wel tegenover de trainer aangegeven, maar toen had ik al getekend, dat ik het liefst gewoon op het middenveld speel. Maar nee, de positie waar ik zou komen spelen is niet van invloed geweest over het al dan niet bijtekenen. We hebben het er toen eigenlijk helemaal niet over gehad. Ik heb voor aanvang van het nieuwe seizoen bijgetekend en toen met de trainer wat zaken doorgenomen.’

In het begin van de competitie viel me op dat je veel liep met de bal. Heb je daarvan zo last van je knie gekregen? Je miste uiteindelijk zeven wedstrijden door die blessure.
‘Liep ik veel met de bal? Dat heeft in ieder geval niks met die blessure te maken.’

Je kwam ijzersterk terug. Hoe valt dat samen met de komst van Fernando Ricksen?
‘Met Fernando erbij is het achterin in ieder geval geregeld, dat sowieso. Ik speelde toen met de punt naar achteren, daar voel ik me het best bij en rendeer ik het beste. Met twee verdedigende middenvelders speel ik liever niet, terwijl we in het begin van dat seizoen wel zo speelden. De tweede seizoenshelft speelde Ramon Voorn wat dieper en daarbij voel ik me prettiger. Twee centrale verdedigers, ik ervoor en dan twee aanvallende middenvelders, dat heb ik het liefst. Toen ik terugkwam ging het inderdaad een stuk beter, maar dat hangt ook met andere dingen samen. Ik voelde me in ieder geval fitter dan ooit, Fernando is erbij gekomen die het achterin wegzet. Dat scheelt een hoop. Je had ook nog een kwaliteitsimpuls gekregen met de huurlingen zoals Paddy John, Ribeiro en Thesker en dan gaan dingetjes lopen. Het ligt dus niet aan één specifiek ding.’

Bij Den Bosch maakte je je eerste doelpunt voor Fortuna. Blijft dat speciaal, scoren tegen je ex-ploeg?
‘Tegen Den Bosch? (Grijnzend) Ja, stiekem wel.’

Toen je nadien wegliep klopte je met je hand op het Fortuna-logo. Wil dat zeggen dat je inmiddels warme gevoelens koestert voor de club?
‘Jazeker! Ik voel me echt goed hier, heel erg op mijn gemak.’

Er zijn wel heel wat supporters die warme gevoelens voor jou koesteren, getuige de bijna wekelijkse liefdesverklaringen aan jouw adres. Dat is niet iedereen gegeven. Ben je je bewust van je eigen populariteit?
‘Oh, is dat zo? Ehh,, dat wist ik helemaal niet…’

Yoann de Boer, you are the love of my life,
Yoann de Boer, I’d let you shag my wife,
Yoann de Boer, I don’t care if it hurts…

(Licht blozend) ‘Ik hoor mijn naam wel eens van de tribunes komen en als het positief bedoel is vind ik dat wel leuk.’

In de subtop (bij FC Den Bosch) is het niet veel geworden. Feitelijk speel je al jaren in de kelder van de Jupiler League. Is dan de conclusie gerechtvaardigd dat dit je niveau is?
‘Dat weet ik niet. Met FC Den Bosch ben ik gewoon in de subtop geëindigd. Het is dus maar hoe je het bekijkt. Maar ik weet het niet. Misschien is dit wel mijn niveau, klaar.’

Spelers zoals Paul Beekmans (ex-Cambuur) en Etienne Reijnen (ex-FC Zwolle) spelen ook op jouw positie. Wat heeft zo een speler dan meer dan jij hebt?
‘Weet ik niet. Misschien zijn ze juist wat beter, maar heb ik weer dingen die ik beter kan dan zij kunnen. Het zijn een beetje andere types.’

Sinds de komst van Fernando Ricksen is het een hele tijd gegaan over beroepsernst. In de ‘Fortuna Krantj’ zegt hij onder meer over het afgelopen seizoen en de laatste wedstrijd tegen RKC in het bijzonder: ‘Ik vind het belachelijk hoe sommige spelers zich hebben gepresenteerd ten opzichte van de club. Gelukkig is de helft van die jongens ook niet meer hier’. Hoe is het gesteld met de andere helft die er wèl nog is?
‘Dat is iets anders dan beroepsernst. Dat zijn dingen, daar heb ik mezelf ook aan geërgerd. Fernando heeft gewoon een speciaal karakter. Hij ergert zich eraan, ik misschien ook, maar die gasten vonden dat destijds misschien normaal. Fernando uit dat dan. Maar er wordt toch aan hem gevraagd wat hij daarvan vindt? Hem wordt een vraag gesteld en hij geeft zijn mening. Dat is gewoon eerlijk. Er zijn maar weinig mensen die dat zo doen. Hij zegt wat hij denkt, een man naar mijn hart.’

Wat houdt de genoemde beroepsernst voor jezelf in?
‘Ik ben het met Fernando eens. Je bent als profvoetballer bezig met een vak dat heel veel vereist. Je hebt daarin niet alleen een verantwoordelijkheid naar jezelf toe, maar draagt ook verantwoordelijkheid voor een ploeg, voor een club en voor supporters. Sommigen beseffen dat gewoonweg niet en dan kan het fout lopen. Je bent niet alleen met jezelf bezig, nee, je bent met een hele ploeg bezig, een heel plan. En als je daar niet mee bezig bent, dan gaat het fout.’

Daar hoort ook het jezelf verzorgen bij?
‘Je weet zelf dondersgoed wat wel en niet goed voor je is, maar wat anderen buiten het veld doen houdt me niet bezig. Maar ze moeten er wèl staan op vrijdag.’

In VI verklaarde een speler (geen Fortuna-speler) dat het zo fijn was dat de Jupiler League altijd op vrijdag speelt, zodat hij op zaterdagavond kan gaan stappen.
‘Ja, en? Als je toch op vrijdag presteert? Maar wel dom van zo een speler om dat naar buiten te brengen. Het is hier niet anders dan bij andere clubs. Mijn mening is dat je ervoor moet leven, anders haal je het niet. Je moet beseffen dat je dingen achterwege moet laten en in dingen moet investeren om het te kunnen halen in het profvoetbal. Op niveau te blijven en er op vrijdag te staan. Maar ik vind ook dat er een groot verschil bestaat tussen je sportleven en je privéleven. Privé is voor mij privé. Ik heb er geen behoefte aan om me te gaan bemoeien met het privéleven van een ander. Andersom heb ik dan evenmin. Maar als dat privéleven van invloed is op de prestaties, vind ik het recht te hebben er iets van te zeggen.’


Yoann heeft zojuist gescoord tegen RBC

Met de komst van Marc Wagemakers is er een ervaren kracht bijgekomen waardoor Fernando Ricksen er in de kleedkamer niet alleen voor staat, zo lazen we in Dagblad de Limburger. En wat zegt Yoann de Boer als aanvoerder daar dan van?
‘Ja, die zegt er ook iets van. Het is duidelijk hoe de ploeg in elkaar steekt. De ervaren jongens, zoals Fernando, Marc en ik die zeggen het wel als het anders moet.’

Na afloop van wedstrijden sta je vaak aan de kant van het veld nog even bij te kletsen met bekenden. Moet een aanvoerder dan niet in de kleedkamer zitten met zijn medespelers?
‘Haha, maar ik zit toch in het kleedlokaal? Je familieleden hebben vaak 150 kilometer gereden om jou te zien. Het is toch hetzelfde als even naar de supporters te gaan? Stel ik zou jullie niet bedanken voor jullie steun omdat ik als aanvoerder in de kleedkamer bij de jongens moet zijn. Dan vatten jullie het ook verkeerd op. Sowieso is nooit iedereen meteen in de kleedkamer. De één moet een interview geven, de trainer is soms wat later, jongens die in de gang met bekenden bijkletsen, dus het duurt altijd een kwartiertje voordat iedereen binnen is. Dan worden zaken ook duidelijk gezegd en daar schiet je uiteindelijk ook het meeste mee op. Wat daar gebeurt blijft ook voor de kleedkamer, dat hoeft niet naar buiten te gaan.’

Desondanks lijk je me geen verkeerde gast. Je werkt altijd voor de ploeg, schikt je in je rol, blijft rustig in het veld en roept nooit gekke dingen in de pers. Een prima Fortuna-ambassadeur dus! Misschien ben je daarom juist aanvoerder.
(Gniffelend) ’Misschien wel. Ik werd gehaald voor de ervaring die ik meebracht. Ik ben een gevoelsmens en ben er voor een ploeg en niet om mezelf op een voetstuk te plaatsen. Ik probeer er voor iedereen te zijn. Mijn sterke en mijn zwakke punt, want ik schik me gewoon in veel zaken. Daarom heb ik ook achterin gespeeld. Voor de ploeg. Ik ga daar eerlijk over zijn en niet liegen: ik voel me hier gewoon goed. Als dat zo overkomt op de mensen, prima.’

Wij zeggen vaak: ‘Alles is leuk aan Fortuna, behalve de wedstrijden’. Wat vind jij zo leuk aan Fortuna?
‘Ja, maar dat is aan het veranderen, hè? Moeilijk te zeggen overigens. De sfeer is gewoon prima. De club, de supporters, dat is één geheel. Zelfs met de successen die de club in het verleden heeft behaald houdt iedereen beide voeten op de grond. Je speelt onderin, weet waar je staat en meet je geen houding aan die daarbij niet past. Het is gewoon een eerlijke en open club. We weten waar we staan, maar gaan er hard voor werken om daar te komen waar we willen staan. We gebruiken niet het verleden om ons groter voor te doen dan we zijn. Arrogant zijn we niet en ik heb dat wel eens anders meegemaakt bij clubs. Als je dan wint, is dat super, want daar ga je voor. Je merkt dat Fortuna een eenheid is. De mensen zijn trots op de club en proeft dat er heel veel potentie aanwezig is. Een paar goede wedstrijden zorgen meteen voor 2.000 man extra op de tribune. De gemoedelijkheid past bij me.’


Yoann en Fortuna passen prima bij elkaar!

Wedstrijden tegen Veendam kun je onmogelijk leuk vinden. In de afgelopen drie ontmoetingen ontving je tweemaal een rode kaart.
‘Ja, is dat zo? (Peinzend) Ja, inderdaad! Uit en thuis rood. Alhoewel, ik heb met Eindhoven eens met 8-1 van Veendam gewonnen met drie assists en een goal. Die rode kaart thuis, was mijn eigen schuld, maar uit krijg ik een rode kaart die het helemaal niet is.’

Heb je nadien ook nog even gebeld met Jordy de Goeij, net zoals enkele supporters?
‘Nee, waarom? Beslissingen van een scheidsrechter kunnen in een wedstrijd niet meer worden teruggedraaid. Eens of niet, hij heeft die beslissing genomen, klaar. Hij kan er niks meer aan veranderen. Hij kan niet opens zeggen ‘Yoann, die kaart was verkeerd, kom maar weer het veld in’, nee. Je hebt rood gehad, bent van het veld af en dan is het aan de KNVB. Dus wat moet je zo een scheidsrechter nog gaan vertellen? Ik wist dat er beelden waren en dat die in mijn voordeel zouden uitvallen. Mocht ik heb nadien nog contact met hem hebben gehad, dan was ik misschien drie wedstrijden geschorst geworden. Nu werd de kaart geseponeerd.’

Dan iets over dit seizoen. In de voorbereiding zong iedereen ‘Sparta is een lachertje’. Dat bleek niet zo te zijn.
‘Ik vond Sparta niet zo sterk, maar wij speelden evenmin sterk. Een beetje angstig en in de eerste 20 minuten geef je het weg. Maar, een groep moet groeien. Na die eerste 20 minuten hebben we de wedstrijd wel omgedraaid; ik bedoel, we deden weer mee. Desondanks waren we wat te verlegen. Het vertrouwen dat we de wedstrijd tegen AGOVV wèl hadden, ontbrak tegen Sparta. Bewust zijn van je eigen kunnen, van je eigen kwaliteiten. Ik vind dat we genoeg kwaliteiten hebben dit seizoen. Als je de wedstrijd instapt en je gaat dan de kat uit de boom kijken… Vertrouwen moet groeien, dat moet vanzelf komen. Je kunt nog zo een goede voorbereiding hebben gehad, de competitie is toch anders. Waarom zijn er in het openingsweekend zoveel 0-0 uitslagen? Omdat mensen nog twijfelen, bang zijn en afwachten. En achteraf gezien hadden we dat niet hoeven zijn. Maar dat is achteraf natuurlijk.’

Tegen AGOVV ging het dan weer heel erg goed, al dan niet geholpen door een vroege rode kaart. Hoe prettig is het als je de bal alleen maar hoeft af te pakken en in te leveren bij een spelmaker?
‘Die wedstrijd was het helemaal makkelijk. Het scheelt een hoop als je iemand in je nabijheid hebt waar je zonder problemen de bal aan kwijt kunt. Je hebt er nu jongens bij die voor een goede voortzetting moeten zorgen en dat nog doen ook. Het is een samenhang van mensen met verschillende kwaliteiten. Een als die dan op hun juiste positie staan hoef je vaak niet zo veel te doen.’

Je speelde ook weer sinds tijden achteraan. Was dat wennen?
‘Nee, wennen niet. Ik heb daar natuurlijk al vaak gespeeld en het was tegen AGOVV gewoon makkelijk. Fernando was half geblesseerd geraakt bij de tackle waarbij de rode kaart viel. Doordat hij doorschoof naar het middenveld en ik achterin ging spelen, bleef hij een beetje uit de duels en kon hij lekker voetballen. Hij heeft gewoon andere kwaliteiten dan ik en in die wedstrijd pakte dat gewoon perfect uit. Hij is beter in het verleggen van het spel. Als het mogelijk is, geef hem dan die vrije rol, zodat we van zijn sterke punt gebruik kunnen maken.’

Tegen Emmen werd die opstelling gehandhaafd, maar bleek dat Fernando Ricksen toch wat moeite had om het allemaal te belopen. In de tweede helft wisselden jullie en liep het meteen beter. Einde experiment?
‘Maar dat geef ik juist ook aan. Fernando heeft de kwaliteit het spel goed te zien en dan ook nog een goede steekbal te kunnen geven, terwijl ik meer een loper, een balafpakker ben. Dat ben ik altijd geweest. Voor mij is het altijd hetzelfde: druk zetten, bal afpakken en inleveren. Hij is ook sneller op de eerste meters, maar ik ben meer iemand van de lange afstanden. Dat kan ik ook langer volhouden. Ik ben ook een stukje jonger, al heb ik het altijd van mijn conditie moeten hebben. Ik heb mijn kwaliteiten, Fernando de zijne en dan kunnen we per wedstrijd bekijken hoe we dat het beste kunnen invullen.’

Helaas speelde Trstena niet mee. Trainer Wim Dusseldorp zei in de krant dat hij tegen Sparta onder de indruk was van de omgeving. Op zich niet vreemd, maar de twee thuiswedstrijden waren ideaal om hem hieraan te laten wennen. Hoe help je zo een speler hierbij? Of is dat de taak van de aanvoerder niet?
‘Dat is een keuze van de trainer. Je moet ook niet vergeten dat je ook een hele week traint en je hebt ook andere jongens die een hele week trainen en misschien een invalbeurt verdienen. Er zijn jongens zoals Rick Geenen en Ramon Voorn die ook een invalbeurt verdienen. De trainer beslist in deze. Er zijn zoveel factoren om rekening mee te houden. Waarom die wel en die niet? Hij ziet toch ook het spelletje het best? Misschien is het helemaal niet nodig om te wisselen. Kévin Diaz deed het heel goed en Danny Hoesen maakte de tweede helft zijn tegenstander helemaal gek. We stonden ook pas met 2-1 voor. Misschien wil hij het risico niet nemen en denkt hij: ‘Ik laat Hoesen staan, misschien maakt hij nog wel één of twee doelpunten’. Dat is iets wat ik me zou kunnen voorstellen, maar uiteindelijk neemt de trainer langs de kant de beslissing. Klaar.’

Zes op negen, wat een weelde. Kun je de sfeer binnen de club vergelijken met een paar maanden geleden?
‘Overwinningen, punten en riante uitslagen brengen natuurlijk heel veel met zich mee. Iedereen is goedgehumeurd en heeft goede zin. Niet alleen vanuit de spelersgroep, maar ook van buitenaf. Afgelopen vrijdag liepen we het veld op en hoor ik Ruud ter Heide tegen een jongen naast me zeggen: ‘Zo, dat heb ik nog nooit meegemaakt hier, zoveel mensen’. Er komt meer sfeer, iedereen leeft op rondom de club. Maar, let wel, we zijn er natuurlijk nog niet. Met zes punten degradeer je en je hebt die punten thuis behaald. Je moet ook in uitwedstrijden punten gaan halen.’

De verwachtingen nemen wel toe. Tegen Cambuur (het interview werd afgenomen voorafgaande aan de wedstrijd Cambuur – Fortuna, red.) zal iedereen minimaal een punt verwachten. Anderzijds, die hogere verwachtingen, daar zorgen jullie natuurlijk wel zelf voor. Voel je iets van druk?
‘Die hogere verwachtingen hebben we zelf ook. Nu heb ik eindelijk het gevoel dat ik wil hebben. Dit wil ik juist! Die ambitie, eindelijk! Ik heb die altijd al gehad. Vaak is die niet verwezenlijkt, heb ik onderin de Jupiler league gespeeld, maar nu denk ik dat we hoger kunnen eindigen. Tijdens mijn eerste seizoen bij FC Den Bosch had ik dat ook, stonden we vijfde. Hier is dat nu ook. Ik noem dat geen druk of angst. Je wilt presteren en je hebt het gevoel dat het kan. Je hebt er vertrouwen in en weet dat het heel mooi kan gaan worden. We hebben het gevoel dat het kan. Mensen letten ook op de uitslagen van andere clubs. Ik noem dat positieve druk. Hier doe ik het voor en dat houdt me bezig.’

Met de vorige speler die ik interviewde is het niet zo best afgelopen bij Fortuna. Hij speelt nu alweer enkele seizoenen voor MVV en is daar aanvoerder. Wat heb jij nog voor toekomstplannen?
‘Waarom zouden we niet met Fortuna een stapje omhoog kunnen zetten? Dit seizoen is het wellicht nog wat vroeg, maar je weet nooit. Ambitie heb ik voldoende, daar voetbal je toch voor? Maar anderzijds, eerlijk is eerlijk, in de Jupiler League doe je het doorgaans niet voor het geld, je kunt je niet financieel onafhankelijk spelen. Ik heb wel eens wat contacten in de Eredivisie gehad, maar dat is nooit rondgekomen. Nu zit ik nog in de divisie daaronder met heel veel liefde voor het spel. Ik denk ook nooit dat ik zoveel en zoveel geld moet verdienen, nee, ik speel daar waar ik me goed voel. En Eredivisie, waarom niet? Ik heb heel andere kwaliteiten dan een typisch Nederlandse nummer zes en wat zo een speler in Frankrijk of Italië moet doen is iets heel anders dan van hem in Nederland wordt gevraagd. Het is maar wat een club zoekt. Misschien Duitsland of België, je weet het nooit. Ik heb voldoende zelfkennis om te weten dat ik niet kan wenden en keren zoals Andres Iniesta, maar ben wel een balafpakker.’

Je contract loopt af. Hoe gaat dat verder?
‘Als de club na dit seizoen nog geïnteresseerd is, dan blijf ik hier en zo niet, dan zoek ik iets anders. Mijn gevoel is erg goed’

Yoann, je bent er vanaf. Het zou een klein uur duren en we zijn nu 58 minuten verder.
(Grijnzend) ‘Graag gedaan, ik vond het leuk.’

Michel Hennen