Pages Navigation Menu

Spreekbuis van de Lateral Boys

Categories Navigation Menu

Seizoen 1968 – 1969

Seizoen 1968 – 1969

“Er is genoeg kwaliteit”, vernemen we van trainer Frans Debruyn in de voorbereiding op het seizoen 68/69. Debruyn tekende, een paar weken voordat de fusie beklonken werd, een driejarig contract als nieuwe trainer van Sittardia.

 

 


Bram Appel – trainer van Fortuna’54 in het seizoen 67/68 – werd gedurende het seizoen ontslagen, met als gevolg dat FSC slechts één trainer erft van Sittardia en Fortuna’54, die benoemd wordt tot trainer van FSC. Sittardia in de eerste divisie wordt voor Debruyn dus FSC in de eredivisie.

Debruyn heeft een ruime selectie tot zijn beschikking, die vier keepers herbergt: de ervaren Piet Vogels (van Sittardia) en Jacques Wings (van Fortuna’54) en de jongeren Jan Moonen en Jan Nieling (beiden van Fortuna’54). In de achterste lijn kan Debruyn rekenen op de ervaring van Louis Dullens en Harry Brüll (van Sittardia) en Peter Benen, Arno Ernst, en Harald Stoter (allen van Fortuna’54) en de jongeren Jos Klingen (van Sittardia) en Jan Benen, Zef Dullens en Alouis Rutten (allen van Fortuna’54) en Ben Pijpers (van RKFC Lindenheuvel). Op het middenveld kan Debruyn kiezen uit Pierre Kusters, Jo Plum en Willy Dullens (allen van Sittardia) en Chris Coenen en Jan Hermans (beiden van Fortuna’54). De voorhoede telt twaalf namen. De ervaren aanvallers Nedeljko Bulatovic, Gerard ‘Sjeer’ Gruisen en Jan Wolfs (allen van Sittardia) en Heinz ‘Uwe’ Fischer en Harry Golsteyn (beiden van Fortuna’54) aangevuld met de jeugdige aanvallende talenten Theo Hansen, Harry Heutz, Jo Geyselaers en Leen Kiers (allen van Sittardia) en John Fredrix, Jan Lauers en John Gubbels (allen van Fortuna’54).

Het is de taak van Debruyn er een eenheid van te maken. Hij denkt met deze groep in de middenmoot van de eredivisie te eindigen. Naast het smeden van een eenheid, wacht Debruyn nog een uitdaging: wie gaat voor de doelpunten zorgen? FSC verliest met Nico Mares (naar PSV) en Frans Guns (naar GVAV) 18 van de 37 doelpunten die Sittardia scoorde in het seizoen 67/68 en met Bert Theunissen (naar Telstar) en Piet Giesen (naar ADO) 14 van de 38 doelpunten die Fortuna’54 scoorde in het seizoen 67/68. FSC haalt er niemand voor terug en hoopt dat de dertigers Nedeljko Bulatovic en Heinz Fischer het net weten te vinden. Op 27 juli 1968 speelt FSC zijn eerste duel, een oefenduel tegen EHC in Munstergeleen. Het duel eindigt in 3-3 en de Serviër Nedeljko Bulatovic scoort FSC’s eerste treffer ooit.

Als op 18 augustus 1968 de bal in de eredivisie begint te rollen, blijkt Debruyns inschatting een optimistische. Het eerste officiële duel in de eredivisie gaat met 5-1 verloren in Breda tegen NAC. Peter Benen scoort de eretreffer en tevens eerste officiële treffer voor FSC. Een week later speelt FSC zijn eerste thuisduel. In Sittard zien tienduizend toeschouwers FSC met 2-0 verliezen van Sparta.

Op speeldag veertien is Arno Ernst de enige speler die nog alle duels gespeeld heeft. Kortom, Ernst is de eerste Mister Fortuna; een titel die hij pas in 1980 kwijtspeelt. Het tekent ook de zware blessurelast waarmee Frans Debruyn heeft af te rekenen. Hij kan zelden in zijn favoriete opstelling spelen. Met kerstmis staat Fortuna dan ook onderaan, drie punten achter op de eerste veilige plek. Precair, maar nog niet uitzichtloos.

Echter, Fortuna krijgt de motor ook in het nieuwe jaar niet aan het draaien en moet tot speeldag 22 wachten op de eerste competitieoverwinning (0-2 winst uit bij DOS). Daarmee is FSC ongetwijfeld de betaaldvoetbalclub die het langst op een overwinning moest wachten.

Het mag niet baten, want op 26 mei 1969 valt het zwaard van Damocles als FSC thuis tegen GVAV niet verder komt dan een 0-0 gelijkspel en degradeert. Er zijn zeshonderd toeschouwers in Stadion De Baandert. Het gebrek aan scorend vermogen breekt FSC op. In 21 van de in totaal 34 competitiewedstrijden scoort FSC niet; de eerste topscorer van FSC wordt John Fredrix met slechts vijf doelpunten. In totaal scoort FSC er 18 in 34 wedstrijden.

Wie dan beweert dat de fusie mislukt is, kan op bijval rekenen. Toch is dat te simpel. Wie beweert dat de fusie mislukt is, moet weten wat er gebeurd zou zijn als Fortuna’54 en Sittardia niet waren gefuseerd en dat is niet evident. Sittardia leek de minst zwakke fusiepartner en had Fortuna’54 de deur kunnen wijzen, hopende op een Geleens faillissement om zodoende toch het monopolie in de Westelijke Mijnstreek te bemachtigen. Had zo’n Sittardse doodskus Sittardia sympathie in Geleen en dus Geleense supporters opgeleverd? Wellicht was Fortuna’54 wel op hangende pootjes teruggekeerd naar Brunssum voor fusiebesprekingen met Limburgia en zou Sittardia buitenspel hebben gestaan. Ook geen attractieve rol. Door de fusie aan te gaan, bleef Sittardia in ieder geval aan zet en had de club de beste kans de Geleense voetbalharten te veroveren. Dat dat een zaak van de lange adem zou worden, verraste niet.