Pages Navigation Menu

Spreekbuis van de Lateral Boys

Categories Navigation Menu

Nie neute, nie pleuje, Deel II

Nie neute, nie pleuje, Deel II

Groundhoppen is onmogelijk te vergelijken met een gezondheidswandeling. Neen, het is slopend, stresserend, het is presteren op de toppen van je kunnen. Maar goed ook dat Ben Haverkort even na het middaguur een pauze inlast waardoor we weer even bij onze positieven kunnen komen…

 

 


Lunchpauze, de term vormde de afsluiting van Deel I. Vanuit Gentbrugge rijden we via de Brusselsesteenweg naar de richting van Wetteren. Goed moment om even bij een Carrefour te stoppen. Zeker ook omdat het inmiddels zó warm is in onze auto dat het zweet op ieders voorhoofd parelt. Zelfs de De Graafschap-spits die al een tijdje droog staat, Ben Sahara, zal deze temperatuur als onaangenaam betitelen.

Nadat we twee puddingbroodjes en evenveel flesjes vocht hebben afgerekend bij de uitermate charmante cassière Leen, concluderen we dat deze Carrefour eigenlijk maar een mager beestje vormt. Onze speurtocht naar iets goeds te eten duurt voort.Ondertussen rijden we in het dorpje Melle. Is dit niet de woonplaats van die vervelende collega die zo van dürüm houdt, Melle van Dürüm? Of woont hier juist die Barcelona-middenvelder die zo graag Chinees eet, Johan Afhaalchineeskens?

Voordat we hierop een antwoord kunnen vinden, slaan we linksaf, richting Wetteren. Na enige tijd duidt een bordje het Marcel De Kerpel Stadion aan.


Koninklijke Standaard Wetteren (Stamnummer 5479)

Op het eerste gezicht lijkt het stadion potdicht. Hoge, nieuwgeplaatste hekken omzoomen het terrein en dus is het speuren naar een gaatje in de omheining. Als we verder de parking aflopen, lopen we even binnen in een rommelhok waar we een mannenstem iets horen mompelen. De dienstdoende terreinmeester (geschatte leeftijd 60+) is alles in gereedheid aan het brengen voor het komende seizoen.

Afgelopen seizoen is Standaard Wetteren namelijk kampioen geworden in de Derde Klasse en mag aldus naar Tweede. 17 augustus moet alles gereed zijn en dat ‘alles’ is nogal wat. Er dient een heel systeem van afwatering te worden aangelegd, de tribunes moeten worden aangepast, bomen moeten worden gerooid, wegen moeten worden aangelegd, etc. En dat allemaal op bevel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Is dit de reden waarom Eddy Verschueren van Red Star Waasland zo overdreven nerveus op ons reageerde toen we het Puyenbeke Stadion binnenliepen?

Nadat deze terreinmeester ons een aantal minuten in een onverstaanbaar dialect toesprak, neemt hij ons mee naar de achterzijde van het complex. Daar staat een deur open, et voilà, we zijn binnen. Hier kunnen we het verder wel alleen af. Achter ons produceren grote camions een massa stof waarmee een woestijn zou kunnen worden gevuld.

De tribune achter het doel is ontdaan van een dak. Dat is er alvast niet vanaf gezongen door de supporters, want er komen bij elke thuiswedstrijd maximaal 400 mensen kijken. Laten we het erop houden dat achter dit doel de werken in volle gang zijn. Probleem: er valt geen voortgang te bespeuren. De lange zijde van het veld beschikt over een stokoude staantribune welke wèl overdekt is. Komend seizoen zal deze dienstdoen als bezoekersvak. Eén probleem: deze mensen kunnen niet gescheiden worden aan- en afgevoerd. Hiervoor moet een half bos worden gekapt en moet een weg plus een parking voor bussen worden aangelegd. In onze jeugdjaren hebben we onze tijd nooit verdaan bij de scouting, maar ons gezonde verstand geeft ons in dat deze bomen tientallen jaren oud zijn. Maar ja, supporters van pakweg FC Antwerp of Lierse SK categoriseert het Ministerie van Binnenlandse Zaken nu niet als ‘koorknapen’ en dus moeten de aanpassingen worden doorgevoerd…


Het fameuze rommelhok van Standaard Wetteren

Ter hoogte van de cornervlag gaat de tribune over in een andere tribune die nog een dertigtal meters doorloopt achter het andere doel. Daar stopt het even en gaat het geheel verder in een aparte, onoverdekte staantribune. En ja, dat is vragen om problemen. Als er nu een tak afbreekt en je staat op een onoverdekte tribune? Wat dan? Juist ja, die kan pardoes op je hoofd vallen! Oplossing: zaag alle bomen om! En ja, dat moet dan maar… In ieder geval vóór 17 augustus gaan alle bomen plat.

Verder is de reling van deze staantribune 25 centimeter te laag. Daarom is er een stukje bovenop gelast. Om alles een beetje ooglijk te laten uitzien, wordt de reling geel geverfd. En verven is spek voor de 78-jarige bek van het heerschap dat achter deze tribune zijn tijd staat te verdoen. In de tien minuten waarin we hebben geprobeerd een gesprek te voeren met hem (ook van zijn dialect kunnen we geen chocolade maken), schildert hij lustig door, maar zijn vorderingen zijn niet noemenswaardig. Deadline 17 augustus.


Al deze bomen moeten worden gerooid; het hek is inmiddels geelgeschilderd

Vanaf deze tribune heb je perfect zicht op de enige zittribune die er staat. En, hoe curieus, die is geplaatst in een hoek, nabij de cornervlag. Ook hier ontbreekt een reling en het aanbrengen ervan is dan ook een kolfje naar een andere seniorenhand. Tevens zorgt deze man voor het besproeien van het veld. Niet met behulp van een sproei-installatie, nee, maar door een tuinslag op het veld te leggen. Om de paar minuten verplaatst hij deze, zodat elke hoekje van het veld van water wordt voorzien. Het is te zeggen, met de lengte van de tuinslang als beperkende factor.


De enige zittribune van het Marcel de Kerpel Stadion staat in een hoekje

Hij vertelt ons ook nog dat het bouwsel ter hoogte van de middenlijn eveneens moet verdwijnen. Het gaat om een metalen controletoren wiens functie blijkbaar overbodig is, komend seizoen. Na het voltooien van het rondje, vluchten we nog snel naar het domein van de terreinmeester voor een aankomende stofwolk. Ook hij heeft zijn bedenkingen bij de opgelegde deadline van 17 augustus, maar de voorzitter is in de plaatselijke media erg stellig: ‘De werken vorderen goed, we liggen op schema’. ‘Welk schema?’, vragen we ons af.

Wat we hebben gezien zijn twee zestigers en een zeventiger die in de brandende zon er het beste van proberen te maken. ‘Is deze club klaar voor de Tweede Klasse?’ is een vraag die we ons niet durven stellen… Desondanks zullen we komend seizoen de uitslagen van Standaard Wetteren zeker volgen!

Als blijkt dat de friture op de hoek bij het Marcel de Kerpel Stadion gesloten is, kunnen we het nog maar droog houden… Op naar Berlare!



Royal Racing Club Wetteren-Kwatrecht (Stamnummer 8764)

Ondertussen vragen we ons hardop af waar die prachtige entree van Standaard Wetteren toch is gebleven. Zou die inmiddels zijn gesneuveld? Na een paar minuten krijgen we hierop antwoord. Die staat bij een ander terrein in Wetteren! Natuurlijk, wij kunnen ons een keer vergissen.

Achter deze prachtige façade gaat een semi-houten tribune schuil die een beetje doet denken aan een Japans tuinhuis. Het veld dat aan de ene kant zeker een paar meter lager ligt dan aan de andere kant, wordt verder omgeven door een kleine staantribune. Voor de rest doet het niet groots aan. Dat hoeft verder ook niet, aangezien de club bivakkeert in de 2e Provinciale Oost-Vlaanderen.


Gaat het hier om Kasteel Coninxdonck?

Nadat wederom een poging om wat vers voedsel te kopen is gestrand, stappen we weer in de auto, op weg naar Berlare.


Sportkring Berlare (Stamnummer 7850)

De route leidt ons door dorpjes met feeërieke namen zoals Schellebelle, Wichelen en Schoonaarde. Als we tenslotte in Berlare aankomen, zien we tussen de huizen een paar lichtmasten verschijnen, maar daar blijft het vooralsnog bij. De twee meisjes die we aanklampen ‘zijn op doorreis en hebben geen idee waarover we het hebben’. Enigszins gedesoriënteerd rijden we het dorp weer uit, totdat we plotsklaps een bordje met ‘SK Berlare’ passeren. Via een stoffig grindpad bereiken we het sportcomplex.


Aan sponssors geen gebrek in Berlare

Eenmaal uitgestapt blijken we terecht te zijn gekomen op een erg pover voetbalplein. Aan de ene kant staat nog juist een overdekte staantribune recht, aan de andere zijde is men drukdoende een splinternieuwe tribune plus kantine uit de grond te stampen. Juist op het moment dat we hier passeren, begint het slijpen van tegels en ander betonmateriaal. Omdat er geen zuchtje wind staat, gaat dit met een behoorlijke stofontwikkeling gepaard. Zaak dus om snel weer in de auto te stappen; op naar Dendermonde!


Koninklijke Athletische Vereniging Dendermonde (Stamnummer 57)

Het eerste deel van de tocht gaat door louter landelijk gebied. Ondanks dat er vreselijke nood is aan snelle suikers nemen we toch de tijd om eens goed uit het raam te kijken. En dan blijkt pas wat voor een mooi stukje België dit is. Op een boogscheut verwijderd van de grote steden Antwerpen, Gent en Brussel, maar voor ons gevoel zitten we in een wereld ver weg van de dagelijkse werkelijkheid.

Na een paar kilometers bereiken we de grote(re) baan richting Dendermonde. Ook al zijn we op zoek naar KAV Dendermonde, daar is niet het stadion gevestigd. Dat ligt juist in Grembergen, een dorpje net buiten Dendermonde. De rivier de Dender scheidt de twee plaatsen van elkaar.

Weldra draaien we Grootzand op, de straat waarlangs het stadionnetje ligt. Daar aangekomen maken we de grootste teleurstelling van de dag mee. De poort is met geen geweld open te krijgen. Aan de zijkant ligt er een zware ketting om het slot, aan de achterzijde eveneens. Aangezien we de boel niet voor andere groundhoppers willen verpesten, besluiten we van de straatkant enkele foto’s te maken. Helaas, want dit is toch wel een heel erg mooi stukje voetbalcultuur!


Verder dan deze ingang zijn we niet gekomen in Dendermonde

Vanuit de zijkant van het complex kunnen we een glimp opvangen van de hoofdtribune en dat is een plaatje. Geschilderd in clubkleuren en voorzien van een spits dak mag dit toch wel het pronkstuk van KAV Dendermonde worden genoemd.

Nu we tijd over hebben, kunnen we wel nog even de vrij drukke straat afdweilen, om komaf te maken met onze hongerklop. En dat blijkt waarachtig te lukken ook! Aan de overzijde komen we terecht in Groenten- en fruitspeciaalzaak Fructus. Wat we hier aantreffen is een feest. Allereerst is het uiterst koel in de zaak, hetgeen de aangeboden waar kraakvers houdt. Daarnaast is het assortiment erg ruim, valt er geen A-merk te bespeuren (en hebben we dus te maken met streekproducten), de prijs uiterst laag en de bediening door Christel enorm vriendelijk.

Na het bestellen van kleine tomaatjes, salata Italiana, pasta en fruit salade wordt ons zelfs nog een luxe vorkje aangeboden. Het is bijna ongelofelijk, maar we staan op de drempel van het uitreiken van een Goodyear-ster! De op volle oorlogssterkte uitgerukte commissie is lyrisch, maar komt op het juiste moment bij haar positieven. ‘Speelt Fortuna vandaag? Ehh, nee… Nou dan, géén ster! Inderdaad, sterren worden uitsluitend op wedstrijddagen uitgedeeld en daarvan is geen sprake. We moeten streng, doch rechtvaardig blijven. Frustus krijgt wel een eervolle vermelding in het grote boek, maar een ster krijgen zit er voorlopig nog niet in. Een kwestie van het organiseren van een oefenwedstrijd tussen KAV Dendermonde en Fortuna, dunkt ons.

De koele verwennerij doet ons zichtbaar goed en geeft ons goede moraal om door te zetten. Nog vier stadions te gaan; eerst naar Lebbeke.


Koninklijke Sportkring Lebbeke (Stamnummer 3558)

Vanuit Grembergen rijden we door het centrum van Dendermonde over een heirbaan naar Lebbeke. En ja, denk je aan Lebbeke, dan denk je aan chocolade. In dit plaatsje gelegen tussen Dendermonde en Aalst ligt het hoofdkantoor van Barry Callebaut, een grote chocolatier. Eén van de merken van dit bedrijf is Chocolade Jacques. Daar heeft toch iedereen wel eens een reep van gegeten?

Het terrein van KSK Lebbeke heet ‘Konkelgoed’ en als je een bordje met ‘Konkelgoedstraat’ ziet passeren, dan sla je daar toch zeker af? Uiteraard, maar dat is dan wel afwijken van de juiste route. Een paar momenten later rijden we dan toch de parking van het Konkelgoed Stadion op. Maar goed dat we hebben geluisterd naar een befaamde Buffalo die ons wees op deze straat. Naast KSK Lebbeke, is er nóg een stadion in de Albert I Straat gelegen!

Eenmaal binnen moeten we eigenlijk een beetje grinniken. Wat een leuk stadion! Het heeft alles dat een ‘groot’ stadion ook heeft, maar dan in een kleine uitvoering. Het lijkt wel het Madurodam onder de voetbalstadions. Aan de lange zijde zien we een skybox, zittribunes, staanplaatsen en sponsorborden. Het stadion heeft zelfs twee ‘ringen’. Maar ja, wel alles in een piepkleine uitvoering! Stel je eens voor dat Fortuna hier speelt en er komen dan 2.000 toeschouwers kijken. Dat moet toch voor een geweldige ambiance zorgen?


De prachtige two-tier all-seater van KSK Lebbeke

Het veld ligt er ook nog eens strak bij. Kortom, een heel erg leuk complex! Nu kan het veld van die andere club uit Lebbeke alleen nog maar tegenvallen…


Rapide Club Lebbeke (Stamnummer 8601)

Na het instappen wordt de auto in de eerste versnelling gezet, van de eerste naar de tweede versnelling overgeschakeld en wordt er een ruk aan het stuur gegeven. Na ongeveer 200 meter wordt er wéér een ferme ruk aan het stuur gegeven en op het rempedaal gedrukt. Dat zijn pas afstanden! Het is nog niet vaak voorgekomen dat we zo’n korte reistijd hebben kunnen klokken op een afstand tussen twee stadions.


Prima tribune voor het kleine broertje van KSK Lebbeke

Daar waar we aangenaam verrast werden door het stadion van KSK Lebbeke, zo eenvoudig is dit exemplaar. De hoofdtribune met skyboxen mag er evenwel best zijn, maar de staantribune aan de overzijde is maar erg pover. We worden er niet warm of koud van. Dit in tegenstelling van de pootjes van de helft van ons gezelschap. Schoenen uit, sokken uit en even bijkomen na al die meters die we in de snikhete zon hebben afgelegd. Er wordt een tussenpauze van 10 minuten uitonderhandeld en na exact tien minuten zwieren de portieren van onze auto weer open. De voorlaatste rit staat op het programma. Met de uiensnijder in de hand rijden we richting Aalsterse land.


Voetbalclub Eendracht Aalst 2002 (Stamnummer 90)

Vanuit Lebbeke nemen we een route die ons wederom een goed beeld van het landschap laat zien. De streek tussen Lebbeke en Aalst is er eentje die best rustiek genoemd mag worden. Ook de bewoners stralen een bepaalde rust uit. De werkdag zit er zowat op en wat is er dan mooier om op een terras een frisse pint te gaan drinken? In Wieze geniet men in ieder geval van het lekkere weer en dat lijkt men in Herdersem ook te doen. Aan zulke zaken hebben wij voorlopig geen boodschap, aangezien we zonder kleerscheuren de Bredestraat in Aalst moeten zien te vinden.

Na enige tijd zien we vanaf de Grote Baan in de verte al verlichtingspylonen opdoemen; een teken dat het Pierre Cornelis Stadion in zicht is. Dit stadion ligt midden in een woonwijk zoals men dat in Engeland gewoon is. De parking is piepklein; een geluk dat we niet op een wedstrijddag zijn toegekomen!

Als we zijn uitgestapt lopen we de hoofdtribune binnen, maar erg ver komen we niet. De aanwezigen zijn namelijk drukdoende een tentoonstelling op te bouwen in het kader van het 90-jarig bestaan van ‘De Ajuinen’. Aalst is sinds jaar en dag befaamd vanwege de uitgestrekte uienvelden rondom de stad, waardoor het adopteren van deze bijnaam voor de hand ligt. De Aalsterse voetballers zijn blijkbaar zo verknocht aan hun ajuinen dat zelfs het logo van de club uit een ajuin bestaat.

Als we in de entree uitleggen waar we vandaan komen en wat onze plannen zijn, wordt er snel iemand met een gouden sleutel opgetrommeld. Hij zal ons toegang verschaffen tot het stadion. Nadat we hem eerst hebben gevraagd naar zijn dagelijkse bezigheid en hij ons toevertrouwd over 2.999 collega’s te beschikken, zet hij het op een draf die zelfs de beste groundhopper onder ons te machtig is. Daar waar het gros vrijwel onmiddellijk een verblijf in de spreekwoordelijk bus verkiest boven aanhaken, probeert onze rector magnificus aan te haken. Dit tot groot jolijt van de overigen.


Het meervoud van ‘ticket’ is ‘ticketten’

Onze gids ontwikkelt een dermate hoog tempo dan hij de eerste openstaande deur straal voorbij stoomt. Ook openstaande deur nummer twee wordt genegeerd. Aan het rekkertje bereiken de eersten de hoek van het stadion, de bus finisht op enige minuten, maar wel binnen de gestelde tijdsgrens.

Ondertussen zijn we ook geïnformeerd over de galamatch die Eendracht Aalst zal gaan spelen tegen Anderlecht omwille van het jubeljaar 2009. Inmiddels zijn hiervoor al 6.000 kaarten verkocht wat ervoor zal zorgen dat het stadion vrijwel uitverkocht zal zijn.

Eenmaal in het stadion worden we bijgepraat over de helse sfeer die hier tijdens wedstrijden hangt. ‘Zelfs Standard kan niet tippen aan de sfeer in Aalst. Aalst is tweewekelijks een zottekot!’. Na het aanschouwen van een fameuze sponsorwand stappen we moederziel alleen de hoofdtribune op. De stadionomroeper van dienst, Chris van Bossuyt, verwelkomt ons met de woorden ’Eendracht Aalst heet onze Sittardse vrienden van harte welkom!’. Hmm, hier zijn we in ieder geval van harte welkom. Vanuit de omroepercabine, schuin naast de hoofdtribune, komt Chris al aangewandeld en we ontkomen er niet aan een praatje te maken.

In een geanimeerd gesprek (inmiddels is ook onze gids weer present) leggen we uit wat we vandaag al hebben meegemaakt, passeert de recente geschiedenis van Eendracht Aalst en worden we warm gemaakt eens een kijkje te gaan nemen bij Generali Okapi Aalstar, de basketbalclub uit Aalst. Alhoewel, een ticket bemachtigen is schier onmogelijk, aangezien zeker 1.000 mensen op de wachtlijst staan voor een seizoenskaart. Ook daar geldt: het is een waar zottekot.

Over de hevigheid van de supporters in Aalst zal zeker Lionel Lord kunnen meevertellen, aangezien ‘Lordje’ momenteel als een ajuin door het leven gaat. We zijn erg benieuwd of men in Aalst zo zot is om bij een teleurstellende prestatie de spelers te gijzelen in een parkeergarage. In het programmaboekje van Fortuna-Dordrecht verhaalt hierover Lord hierover en geeft meteen aan dat zoiets in België toch echt ondenkbaar is…

Vanaf de hoofdtribune heb je perfect zicht op de Europatribune die aan de korte zijde gelegen is. Op de begane grond is deze tribune voorzien van reguliere stoelen, op etage één kan men achter glas naar het voetbal kijken. Aan de overzijde van de hoofdtribune is een staantribune opgetrokken waar ook het uitvak deel van uitmaakt.


Ook de Europatribune gaat tweewekelijks uit haar dak

Ondanks dat er toch wel zo’n 8.000 mensen hun plaats hebben in het ruime stadion, is het er erg gezellig, al kan dat ook aan goedgeluimde ontvangstcomité liggen. De tribunes zijn bijna tegen de zijlijn gebouwd en men heeft de hoge hekken verwijderd, waardoor de supporters de spelers bijna kunnen aanraken. Dit in combinatie met het karakter van de Aalstenaar zal zorgen voor de nodige gezelligheid.

We raken bijna niet uitgekletst, maar nadat wordt voorspeld dat het voor Standaard Wetteren vrijwel onmogelijk is zich te handhaven in Tweede Klasse mogen we het stadion verlaten. Als we door de spijlen van de grote poort nog enkele ‘Mentalita Fortuna’-stickers uitdelen is het de hoogste tijd om nog een keer diep adem te halen. Op naar Denderleeuw.

Vanuit de Bredestraat is het een peulenschil om de R41, de Ring Aalst, te bereiken. Omdat het al voorbij 17.00 uur is, belanden we middenin de avondspits. Files zijn geen typisch Nederlands verschijnsel, ook ten westen van Brussel kent men ze. Na het overleven van de Ring en een stukje over de E40 autostrade te hebben gezoefd komen we uit op de baan welke ons naar Denderleeuw zal brengen.


Football Club Verbroedering Dender Eendracht Hekelgem (Stamnummer 3900)

Na een tiental minuten te hebben gereden parkeren we onze auto keurig voor de ingang van een ruim tenniscentrum. Via een bospaadje bereiken we vervolgens de hoofdingang van het Florent Beeckman Stadion. Het stadion is vernoemd naar één van de stuwende krachten achter FC Denderleeuw. Deze club fuseerde in het voorjaar van 2005 met Verbroedering Denderhoutem tot de huidige club. Na zijn overlijden werd het stadon naar hem vernoemd.

In Aalst werden we al gewaarschuwd voor de koele club die FCV Dender is en dat blijkt redelijk te kloppen. Een krasse knar met dito pet die voor de ingang in een tuinstoel bivakkeert verbiedt ons namelijk via een paadje aan de zijkant het stadion in te lopen. Vreemde zaak, aangezien beide routes naar dezelfde plek leiden. Maar nee, dit heerschap is niet te vermurwen, de grote poort is ons lot.

Wat we aantreffen is een steriel stadion met zittribunes aan drie zijden en een kleine staantribune achter het doel. Het heeft veel weg van het stadion van RKC en daar moeten we het ook altijd zelf maar leuk maken. De oude tribunes van weleer hebben plaatsgemaakt voor deze nieuwe varianten en dat is wel wat zonde. Aan de andere kant, het geheel ziet er gelikt uit en voldoet perfect aan de eisen die het hedendaagse voetbal aan clubs stelt. En dan te bedenken dat deze club enkele jaren geleden nog in de Derde Klasse speelde…


FCV Dender zal ons niet in vervoering kunnen brengen

Na een korte wandeling bereiken we het bezoekersvak en de stickers die we daar aantreffen doet vermoeden dat Sporting Charleroi hier niet zo lang geleden haar opwachting heeft gemaakt. Met gepaste trots worden deze relikwieën op de gevoelige plaat vastgelegd om binnenkort mee te pronken Down Under.

De dag zit er bijna op en al zittend wordt alles nog een laatste keer overpeinsd. Is het schilderwerk in Wetteren al klaar? Zijn de zandstromen al gaan liggen? Is er al een nieuw vat aangeslagen in Café Buffalo? Is Eddy Verschueren al bedaard en staat de Brusselse Ring vol?

Op deze laatste vraag gaan we dra een antwoord krijgen, want na het verlaten van Denderleeuw zullen we recht op de hoofdstad van België afkoersen. Bij het buitenrijden van Denderleeuw ontsnappen we aan een zware infectie aan onze luchtwegen. Bij het wegrijden hebben we nietsvermoedend onze ramen geopend, maar dat blijkt een slechte keuze. We passeren namelijk het bedrijf Rendac. De Denderleeuwse vestiging van dit bedrijf haalt namelijk in geheel België en Luxemburg kadavers en andersoortig dierlijk restmateriaal op dat in hun fabriek wordt verwerkt. De afgelopen seizoenen heeft Hans Erkens ons heel wat ellende bezorgd, maar wat Rendac doet is erger.

Als we Groot Bijgaarden passeren kunnen de mondkapjes in de prullenmand. Het verkeer verplaatst zich maar stapvoets en die momenten benutten we om weer enigszins op adem te komen. Na de afslag Zaventem keert de rust weer terug op de E40 en kunnen we in eigen tempo doorrijden tot in onze geliefde Westelijke Mijnstreek. 15 uur na vertrek zijn we weer thuis. Wat resteert zijn nog een paar stadions en dan kunnen we ‘België’ doorstrepen op onze lijst. We houden eenieder op de hoogte!

Michel Hennen