Pages Navigation Menu

Spreekbuis van de Lateral Boys

Categories Navigation Menu

Italia

Italia

In voorgaande groundhopverslagen berichtten we al over stadions in Nederland, België en Luxemburg. Dit keer worden de landsgrenzen nog wat verder overschreden en trekken we richting Italië.

 

 

 


Inleiding

De zomer gaat elk jaar gepaard met een vakantiereis met mijn vriendin. Dit jaar gaat de reis naar Italië, naar het Gardameer om precies te zijn. Aangezien het bloed stroomt waar het niet gaan kan, kijk ik na het regelen van de vakantie stiekem even op de landkaart om te zien of er misschien enkele stadions in de buurt van ons vakantieadres liggen. En laat dat nu het geval zijn! Voorzichtig maak ik in de weken voor de reis enkele opmerkingen die erop duiden dat ik toch wel graag enkele ‘grounds’ wil bezoeken. Daar mijn vriendin het hart op de goede plaats heeft, wordt afgesproken dat we enkele stadions gaan bezoeken. Waar ik verder in het verslag over ‘we’ spreek, bedoel ik daar dus mijn vriendin en mij mee.

We stappen op woensdag 6 juli te Eindhoven in het vliegtuig met bestemming Bergamo. Daar worden we opgehaald door de ouders van mijn vriendin en gaan we per auto richting Gardameer. ’s Avonds wacht me al de eerste aangename verrassing als ik hoor dat we de dag erna naar Verona gaan en dat we daarbij wel even langs het stadion van die stad kunnen gaan.

Hellas Verona Football Club / Associazione Calcio Chievo Verona

Zo vertrekken we dus op donderdag 7 juli naar Verona, dat op zo’n 30 kilometer van onze camping gelegen is. Al enkele kilometers vóór de stadsgrenzen pronkt het woord ‘stadio’ vergezeld van een afbeelding van een bal op de borden. We volgen de borden en binnen no-time zijn de stadionlampen in zicht.

Na een korte rit rond het stadion wordt de auto geparkeerd en stappen mijn vriendin en ik uit, het fototoestel in de hand. Nu wordt het zoeken naar een openstaande poort. Als deze niet direct wordt gevonden, krijg ik het langzaam warm. ‘Het zal toch niet waar zijn dat ik hier voor een groot stadion op zo’n 1100 kilometer van huis sta en ik niet binnen kan?’ spookt er door mijn hoofd. Gelukkig zien we beweging achter een hek. Eén of andere klusjesman is aan het werk. Hij verwijst ons naar een poortje dat, iets verderop, open staat en zegt dat we onze gang mogen gaan.

Bij binnenkomst in het Stadio Marc’ Antonio Bentegodi vallen direct een aantal dingen op. Zo is het stadion helemaal rond gebouwd, staan er geen hekken maar plexiglas platen en zijn de tribunes besmeurd met vogelpoep en grotere hopen poep van wie ik de afzender niet direct kan achterhalen. Alle poorten blijken open te staan en de wandeling over de tribunes begint. Het stadion beschikt over vier ringen en heeft een capaciteit van 39.211. Het wordt bespeeld door de plaatselijke clubs Hellas Verona (1903) en Chievo Verona (1929).


Goed zicht vanuit de bovenste ring.

Hellas heeft een roemrijk verleden met als absoluut hoogtepunt de ‘Scudetto’ (de Italiaanse titel) in het seizoen ’84-’85. De vele graffiti-teksten in en rondom het stadion geven blijk van een enorme trots op die prestatie. Tegenwoordig heeft men bij Hellas weinig meer te juichen. De kampioen van ’85 is afgezakt naar de Serie B, waarin men in het afgelopen seizoen zevende werd.

Chievo daarentegen kent een rustigere geschiedenis. In het seizoen ’93-’94 promoveert men van de Serie C naar de Serie B. In 2001 volgt promotie naar de hoogste klasse. Het eerste jaar voor de club in de Serie A lijkt wel een sprookje. Men eindigt op een vijfde plaats en verdient zo een plaats in de UEFA Cup. Een jaar later wordt dit kunstje bijna herhaald. De zevende plaats is echter net te weinig voor Europees voetbal. In het afgelopen seizoen handhaaft men zich op de laatste speeldag door gelijk te spelen bij A.S. Roma.

Tijdens de wandeling door het stadion wordt me duidelijk waar de hoopjes poep vandaan komen, namelijk van rondlopende zwerfkatten. Blijkbaar is er niemand die eens met een sopje door het stadion gaat, want vrijwel alle stoeltjes zitten vol stof en de eerdergenoemde katten- en vogelstront is over het hele stadion bezaaid.

Nadat ik voldoende foto’s vanuit alle hoeken en tribunes heb gemaakt, verlaten we het stadion. Bij het verlaten valt mijn oog op een groot wit bord met daarop het logo van het WK ’90. Bij thuiskomst zie ik in een oud Panini-album van dat toernooi dat België in Verona zijn thuiswedstrijden speelde. Na de groepswedstrijden werd er nog een kwartfinale gespeeld. Blijkbaar is men nog zeer trots op deze gebeurtenis, aangezien het bord na 15 jaar nog steeds tegen een trappenhuis hangt.


Vol trots hangt het bord er na 15 jaar nog. Deze stad ademt voetbal.

Vlak bij het stadion van Verona zie ik nog enkele lichtmasten. Ik verwacht nog een stadion aan te treffen, maar als we met de auto dichterbij komen zien we al dat het slechts een oefenveld van Verona betreft. Bovendien passeren we een groot parkeerterrein met daarop tientallen zigeuners. Het lijkt ons niet verstandig hier onze auto te verlaten en helemaal niet om de wagen onbemand achter te laten. We kiezen dan ook eieren voor ons geld en verlaten het stadiongebied.

Associazione Calcio Milan / Football Club Internazionale Milano

Vier dagen na het bezoek aan Verona staat de volgende trip gepland. Op maandag 11 juli stappen we om vijf over acht ’s morgens in Peschiera del Garda op de trein die ons naar Milaan moet vervoeren. Tegen kwart voor tien bereiken we het immens grote centraal station van Milaan.

Als we het station aan de hoofduitgang verlaten zien we een plein en enkele grote wegen, maar van een echt centrum is nog geen sprake. Dan maar even de metro inlopen en een stadskaart bekijken. Daarop vind ik het stadion wel, maar zie niet direct een metrostation in de buurt liggen. Ik besluit een plattegrond van Milaan aan te schaffen bij een van de vele kiosken die Italië rijk is. Voor € 5 ben ik de man. De verkoper wijst me meteen welke halte ik moet hebben voor het stadion. De Milanese metro blijkt over drie lijnen te beschikken die je door de hele stad brengen. Na eerder de metro’s van Londen, Antwerpen en Barcelona te hebben getrotseerd, mag Milaan toch geen probleem voor me vormen?

Bij het centraal station nemen we lijn 2 tot aan halte Cadorna, alwaar we switchen naar lijn 1. Vijf haltes verder stappen we uit bij station Lotto (Fiera 2). Boven de grond blijken we op een grote rotonde te staan. De bordjes ‘Stadio’ wijzen ons de weg en de wandeling begint. Lopend over de Via Federico Caprilli zien we achter een muur tientallen lichtmasten. Helaas gaat het hier niet om een stadion maar om het ‘Ippodrome San Siro’, oftewel de paardenrenbaan. Paarden hebben niet mijn interesse, dus vervolgen we onze weg richting voetbalstadion. Na ruim een kilometer lopen vanaf het metrostation is het stadion dan eindelijk in zicht.


Het imposante San Siro / Giuseppe Meazza.

Dichterbij gekomen zien we de kolossale pijlers die het stadion ondersteunen. Met een capaciteit van 85.600 toeschouwers mag dit stadion tot de grotere van de wereld worden gerekend. Het stadion werd gebouwd in 1926 en tot de Tweede Wereldoorlog speelde alleen A.C. Milan er. Vervolgens ging het eigendom van het stadion over naar de gemeente en werd ook Inter bespeler. ‘San Siro’ is eigenlijk niet meer de officiële naam van het stadion, daar het in 1980 werd vernoemd naar ‘Giuseppe Meazza’, een sterspeler uit de historie van Inter. De fans van A.C. zullen echter altijd ‘San Siro’ gebruiken als benaming.


Vanuit dit vak gooiden de Inter-Ultra’s met vuurwerk in de gestaakte kwartfinale van de Champions League tegen aartsrivaal A.C. Milan.

Aan de voorzijde van het stadion zien we een bordje met ‘San Siro Tour and Museum’. Navraag aan de dames die de rondleidingen verzorgen leert ons dat het niet mogelijk is om alleen wat foto’s te maken in het stadion. Dit kan alleen in combinatie met een rondleiding en bezoek aan het museum. Voor € 10 mogen we binnen. We betalen en kijken een minuutje of tien rond in het museum. Hier mogen echter geen foto’s gemaakt worden aangezien het om een privé-collectie gaat.

Echt interesseren doet ons dit museum niet en we zijn blij als de rondleiding begint. Helaas is ‘rondleiding’ een te groot woord. We lopen onder leiding van een medewerkster samen met vier Engelsen, drie Japanners en twee Spanjaarden door een tunneltje en komen aan bij de rand van het veld. De vrouw vertelt een verhaaltje over de beide clubs en het stadion en dat was het dan. We mogen niet de tribunes op omdat er wordt gewerkt en voor onze veiligheid blijven we dus helemaal onderin het grote stadion. Ik had graag de steilheid van de tribunes vergeleken met die van bijvoorbeeld Charleroi, maar kan niet anders dan me er bij neerleggen dat dit niet gaat lukken.

Ik schiet enkele foto’s en een kwartier later staan we in de fanshop die wordt gedeeld door de bespelers van het stadion: A.C. Milan en Inter Milan. Ik kom voor het stadion en de clubs spreken me niet echt aan, dus verlaten we de winkel weer snel en zoeken we de metro op om vervolgens een kijkje te gaan nemen in het centrum van Milaan.

Brescia Calcio

Enkele dagen voordat we vertrekken uit Italië wordt de stad Brescia bezocht. We nemen weer de trein in Peschiera del Garda die van Venetië naar Milaan rijdt. Na een half uur zijn we in Brescia. Via een collega-LB (en tevens groundhopper van het eerste uur) heb ik per SMS de adresgegevens van het stadion van Brescia doorgekregen.

Vanuit het centrum moet ik lijn C of D nemen naar de wijk ‘Mompiano’. Voor het treinstation ligt een busstation, maar helaas geen lijn C of D te zien. Weer naar een kiosk toe en de vrouw adviseert ons lijn 1 te nemen.

Als we instappen blijkt dat we eerst een kaartje hadden moeten kopen in een of ander sigarenwinkeltje. Uitstappen dus. Gelukkig rijdt de bus om de paar minuten waardoor we weinig vertraging oplopen. Aangezien ons niet duidelijk is bij welke halte we moeten uitstappen, turen onze ogen naar eventuele stadionlampen. Na een halte of vijftien zien we deze eindelijk en er wordt direct op de ‘Stopknop’ gedrukt. Vijf minuten lopen later staan we voor het Stadio Rigamonti.

Met een maximaal aantal bezoekers van 26.865 is dit het kleinste van de drie stadions dat we deze vakantie bezoeken, maar dat maakt het er niet minder fraai op. De ijzeren noodtribunes vallen direct op. Staalconstructies die je in Nederland alleen ziet in bijvoorbeeld een circustent of bij een open lucht concert, dienen hier in Brescia tweewekelijks als thuishaven voor duizenden tifosi.

Even flitsen mijn gedachtes terug naar het moment in Verona waarbij ik vreesde het stadion niet te kunnen betreden. Gelukkig zie ik achter een poort een jongen op een fiets. Ik probeer zijn aandacht te trekken door hem te roepen, als er ineens een Afrikaanse man van rond de 30 jaar oud op een fiets naast me staat en zegt: ‘Yes?’. Aangezien ik geen Italiaans spreek maak ik hem in mijn beste Engels duidelijk dat ik graag even in het stadion zou willen kijken en wat foto’s zou willen maken. ‘No problem’ zegt de man. Er wacht ons echter nog één hindernis, namelijk een vrij grote en vervaarlijk uitziende, Dobberman-achtige hond. De jongen die ik dacht te hebben gezien blijkt een jongetje van een jaar of 11 en ik heb het vermoeden dat hij de hond niet de baas kan als deze het op ons gemunt heeft. Gelukkig heeft de hond geen moeite met ons bezoek en bereiken we zonder problemen de hoofdtribune. Van hieruit hebben we een mooi overzicht op het stadion dat een prachtige ligging heeft tegen een gebergte aan.


Wie zou er in zo’n omgeving nou niet een wedstrijd willen bekijken?

Ik ga verder in gesprek met de man die ons binnen heeft gelaten. Hij blijkt een vreemde achtergrond te hebben. Ten eerste woont hij in het stadion! Samen met zijn vrouw en kind (of broertje) bewonen ze een kleine ruimte onder de verder weinig luxueuze hoofdtribune. Hun verblijf valt te vergelijken met een anti-kraakwoning in Nederland. Verder geeft de man aan geboren te zijn in Senegal en een half jaar in Nederland te hebben gewoond in de wijk Kraaiennest (Bijlmer) te Amsterdam. We spreken Engels met elkaar, maar even later prefereert hij Frans als voertaal. Gelukkig weet ik me hier enigszins mee te redden. Ten slotte geeft hij aan niet echt supporter van Brescia te zijn, zijn voorkeur gaat meer uit naar Juventus.

Samengevat heb ik hier dus te maken met een Senegalees die in Nederland woonde, Engels en Frans spreekt en in een Italiaans stadion woont van een club waar hij eigenlijk niet eens fan van is. Ik denk dat dit een opvallende persoonlijkheid genoemd mag worden…

Zoals gezegd is het zicht vanaf de hoofdtribune mooi. Het stadion is enigszins verouderd en de faciliteiten voor sponsors lijken me Serie A onwaardig. Daar wordt op twee manieren aan gewerkt. Ten eerste is Brescia afgelopen zomer jammerlijk gedegradeerd naar de Serie B. Positiever voor de club is het nieuws dat er plannen liggen voor de bouw van een nieuw stadion aan de andere kant van de stad. Zoals we in Sittard maar al te goed weten, kan een nieuw stadion voor sponsors misschien wel leuk zijn, maar qua sfeer en gezelligheid blijven de supporters meestal liever in hun oude, vertrouwde stadion. Of dit in Brescia ook het geval is, kan ik echter niet beoordelen.

Persoonlijk zou ik geen problemen hebben met een stadion als dat van Brescia. Of de bezoekende fans er ook zo over denken, lijkt me onwaarschijnlijk. Het uitvak ligt rechts naast de hoofdtribune en is aan alle kanten voorzien van netten die het kijkgenot toch wel behoorlijk moeten beperken. De reputatie en het gedrag van de gemiddelde Italiaanse ultra geeft wel alle reden tot deze veiligheidsmaatregel.


Op de voorgrond in oranje shirt onze gids met diens broertje/zoon (?), op de achtergrond het uitvak annex volière.

Hoewel het zicht mooi is en ik al een aardig aantal foto’s heb gemaakt, wil ik toch graag gebruik maken van de mogelijkheid en even rondlopen door het stadion. De Senegalees vindt het prima en loopt met ons achter de hoofdtribune langs richting de ingang van de andere vakken.

Achter deze hoofdtribune komen we opeens een oude man tegen, zittend op een stoel. Blijkbaar waardeert hij ons bezoek niet zo en komt al roepend ‘No, No, No!!!’ op ons af. Mijn vriendin en ik houden even in, maar onze gids zegt dat we gewoon door kunnen lopen. ‘Il est un fou ancieux’ (‘hij is een oude gek’) klinkt het weinig vleiende commentaar over de oude man.

Via een catacombe bereiken we niet een tribune maar zelfs het veld. We mogen zonder problemen een rondje langs en over het veld maken. Uiteraard maak ik hier gretig gebruik van en trek tientallen foto’s vanuit alle hoeken en van alle tribunes. Een half uur na aankomst in het stadion bedanken we de vriendelijke man voor de gastvrijheid en nemen afscheid van Brescia.

Conclusie

Twee weken Italië leverden me zo niet alleen goed weer, lekker eten en een welverdiende rustpauze op, maar ook het bezoek aan drie Italiaanse stadions. Een vergelijking met Nederland of België valt moeilijk te maken. Hooguit het feit dat we in twee van de drie stadions zo binnen konden is wellicht een overeenkomst met België.

Dat we bij Milaan niet zomaar naar binnen konden, had ik niet anders verwacht en is ook geen ramp. Al met al viel me de kwaliteit erg mee en was het zeer de moeite waard om de stadions eens in het echt te zien. Bij deze wil ik mijn vriendin en haar ouders dan ook van harte bedanken voor het mogelijk maken van deze bezoekjes.

RvL / LB