Pages Navigation Menu

Spreekbuis van de Lateral Boys

Categories Navigation Menu

Le Pays Noir

Le Pays Noir

Op de dag dat de staking van gemeente-ambtenaren in Nederland haar hoogtepunt zou bereiken, trokken wij wijselijk de grens over. Vooraleer in zomerreces te gaan, stond er nog één groundhop-sessie gepland. Getooid met mijnlampje reisden we af naar ‘Le Pays Noir’…

 

 

 


Inleiding

Omdat het oosten van België vrijwel in haar geheel is doorploegd, zijn we genoodzaakt andere oorden op te zoeken. In de provincie Henegouwen (Hainaut) kun je heel wat clubs aantreffen op een beperkt aantal vierkante kilometers. De keuze is dus snel gemaakt: we trekken Wallonië in.

Aan onze trip naar Belgiës hoofdstad ging een militaristische voorbereiding vooraf, en deze trip is hier geen uitzondering op. Weken voordien werd er al een landkaart van Wallonië aangeschaft in het witte boekhandeltje in de Limbrichterstraat. Dit, in combinatie met internet en gezond verstand, zou het mogelijk moeten maken maar liefst negen stadions op één dag te bezoeken. Het is ook de eerste maal dat we buiten het voetbalseizoen gaan groundhoppen. Zijn stadions in België alleen maar tijdens het seizoen geopend, of heeft de zomerstop hier geen invloed op? De weersvoorspelling is alvast goed en met een goed humeur stappen we de dag in.

Liaison (200 km)

Vandaag gaat de wekker reeds om 04.45. Om 05.30 is het vertrek gepland, hetgeen ons de mogelijkheid biedt om tijdig het eerste stadion te bezoeken. Zoals reeds gememoreerd, alle stadions in de buurt zijn vrijwel allemaal bezocht. Een 200 kilometer lange verbindingsroute vanuit de Westelijke Mijnstreek is ons deel.

De eerste halteplaats is slechts drie straten verder, maar het eerste probleem van de dag komt aan het oppervlak. Een haperende wekker is er debet aan dat we ons vertrek moeten uitstellen. Mooi dat we juist extra vroeg zijn vertrokken, want hierdoor hebben we wat speling in ons programma. Na een verrassend snelle douchebeurt rijden we omstreeks 06.00 uur tòch de autosnelweg op. Niet richting België, maar naar een noordelijke uithoek in onze enclave. Daar pikken we de vierde passagier op en na een kleine valse start rijden we toch akelig vroeg richting zuiden, op weg naar Luik. Luik kent geen geheimen meer voor ons, en de Luikse Ring evenmin. Vóór het centrum slaan we rechtsaf, bergop richting Bièrset. Als we de Maas oversteken gaan gedachten terug naar ons Ardennenoffensief. De tribune van AC Milanello Herstal staat er nog steeds: chapeau!

Op het knooppunt Loncin nemen we de E42 richting Charleroi. Ook Walloniës op één na grootste stad staat op het lijstje voor vandaag, maar zover zijn we nog lang niet. Na het inslaan van de juiste route is het een koud kunstje op de plaats van bestemming te geraken. Enig probleem dient zich aan ter hoogte van Gosselies, een stad in de agglomeratie Charleroi. Er is een wegopbrekening van slechts honderd meter, maar hiervoor is wel de linkerrijbaan afgezet over een afstand van meerdere kilometers. Is dat gebruikelijk en is dat normaal? We leefden in de waan dat alle wegwerkzaamheden in België zich concentreerden bij de Antwerpse Ring, maar niks van dat. Ook hier een compleet peloton arbeiders dat een aanvang maakt de dag te breken. Het is tenslotte pas net 08.00 uur geweest…

Teneinde deze tempo-onderbreking het hoofd te bieden, wordt een CD gestart waarop een aantal hele mooie platen zijn gebrand. Wat te denken van de grondlegger van de Tilburgse rapmuziek, Berry van den Bebber? De kaskraker ‘Doe mennene Mexicano’ blijkt het nog altijd goed te doen. Ook de Euromasters hebben in onze auto na al die jaren aan populariteit nauwelijk moeten inboeten. Duidelijke teksten blijken toch aan te slaan bij Lateral Boys…

Na enige tijd begint het weer te rijden en op kruissnelheid vervolgen we onze weg op de E42. De autowegen zijn hier werkelijk van perfecte kwaliteit! Vaak driebaans, zodat het verkeer er prima doorstroomt. Dat mag natuurlijk ook wel, want ze zijn gefinancierd met Europees geld. Met andere woorden: van de enorme Nederlandse bijdrages aan de Europese Unie, heeft men hier wegen aangelegd! Vandaag profiteren we alvast optimaal hiervan, al beseffen we dat we zo ongeveer de enige Nederlanders zullen zijn die hier ooit komen.


Kunnen we onszelf onder controle houden of rijden we door naar de lichtstad?

De spanning neemt ietwat toe, we komen in de buurt van ons eerste stadion van de dag. De borden die ons de weg wijzen naar het stadion van R.A.E.C. Mons laten we nog heel even links liggen. Op een zucht van het Stade Charles Tondreau is namelijk nòg een stadion gelegen…

Royal Francs Borains (Stamnummer 167)

Het tegen de Franse grens aanliggende mijnstadje Boussu herbergt een heuse derdeklasser. Hopelijk is deze club gehuisvest in een deftig stadion, want daar zijn we wel aan toe na een urenlange zit. Eigenlijk is het niet lastig om dit complex te vinden, want op een t-splitsing in het centrum van Boussu staat het feitelijk al aangegeven. Het volgen van de bordjes ‘Vedette’ volstaat. Toch sturen we de andere kant op in de richting van nauwe straatjes die het straatbeeld van Boussu karakteriseren. Heel veel kleine huisjes en een aantal cafés. De invloed van de mijnen is hier goed te zien.

Als we eenmaal op de Rue de Dour zijn (doorgaande weg richting Dour), zien we de lichtmasten al opdoemen aan de rechterkant. Het is een beetje later dan 09.00 uur, maar de hekken staan al wagenwijd open!

Het Stade de Vedette beantwoordt perfect aan onze verwachtingen. Akkoord, de hoofdtribune is de blikvanger, maar die is dan ook voorzien van twee etages! Ook het vipgedeelte is gesitueerd in deze tribune evenals de eetkraam. Het assortiment bestaat uit ‘hamburgers’ en ‘croques’. De stand is trouwens gesloten. Voorkomt de club hiermee een officiële waarschuwing van de Goodyear-commissie? We zullen het nooit weten…


De fraaie alles-in-één-tribune van het Stade de Vedette te Boussu

Na het aandachtig lezen van de reglementen voor het frequenteren van de 2e etage stappen we over een hekje de Eretribune op. Je hebt hier alleszins een prachtig uitzicht over het complex en de terrils, die het complex omzoomen. Het veld ziet er perfect uit. De sproei-installatie verricht goed werk.

Ons gebruikelijke rondje eindigt bij ‘Buvette Eddy’, maar Eddy is niet op post. Met een dorstig gevoel stappen we weer in onze nog koele voiture, ‘en route’ naar Mons.

Royal Albert Elisabeth Club Mons (Stamnummer 44)

Zoals we in Boussu zijn geraakt, zo verlaten we Boussu ook weer. Vooraleer we op de autostrade geraken toeren we een stukje door de kolossale terrils die overal te vinden zijn in de Borinage. We passeren ook Le Grand Hornu, waar een oud mijncomplex is verbouwd tot een museum voor hedendaagse kunsten. Oude gebouwen zijn ternauwernood kunnen ontsnappen aan de slopershamer, waardoor één van de mooiste musea van de provincie Henegouwen is ontstaan.

Na enkele kilometers van de omgeving te hebben genoten, rijden we terug de autostrade op, maar nu in de andere richting, naar Mons. De bordjes die het Stade Charles Tondreau aanduiden hadden we al gezien, dus deze trip gaat een makkie worden. Inderdaad, het begint is goed, en na een kwartier rijden we Mons binnen. Ook hier lijkt het wel of de tijd heeft stilgestaan, want veel modernisme valt hier (nog) niet te bespeuren. Nòg niet, want als het aan burgemeester Elio di Rupo ligt gaat dit snel veranderen. In een poging om in 2015 met Mons de culturele hoofdstad van Europa te worden, timmert men op diverse plaatsen aan de weg. Ook het stadion maakt hiervan onderdeel uit.

Als we midden op een kruispunt staan, zien we de laatste maal borden verschijnen. Supporters links, pers rechts. Huh, hoe kan dit? Ligt het stadion soms òp het kruispunt? Nee hoor, supporters moeten een lange wandeling maken om het stadion te kunnen bereiken! We sturen een straatje in, oplopend en vol met wegversmallingen. Hoe kan hier ooit een supportersbus door geraken? Met een personenauto gaat het overigens prima en om 10.00 uur zijn we op de plek waar we zijn moeten. Mocht je ooit zelf naar Mons trekken, stippel dan je eigen route uit en laat je niet van de wijs brengen door de aanwijzingsbordjes!

Het contrast in het stadion is enorm: stokoude zit- en staantribunes tegenover een hypermoderne hoofdtribune. De club die haar naam heeft mògen koppelen (18 maart 1910 verkreeg de club toestemming de huidige naam te mogen voeren van de destijds aan de macht zijnde vorst) aan Koning Albert I en zijn Echtgenote Elisabeth beschikt sinds kort over een nieuwe tribune. Kosten noch moeite zijn door de Waalse overheid gespaard om industriële archeologie te laten plaatsmaken voor spitstechnologie.


iedereen komt aan zijn trekken aan de Avenue du Tir

Vanaf de € 6.000.000 kostende hoofdtribune heb je een mooi overzicht op de rest van het stadion. Wat opvalt zijn de ‘geknikte’ stadionlampen en het karakteristieke scorebord, voorzien van heuse stadionklok!

In het stadion van ‘Les Dragons’ zijn wat mensen werkzaamheden aan de grasmat aan het uitvoeren. Dat is nodig ook, want hier en daar is deze van erbarmelijke kwaliteit. Zij laten ons met rust en wij hen. Ongestoord begeven we ons in de spelonken van dit stadion. Het kan ons trouwens wel bekoren. De sponsoren hebben hun eigen, moderne tribune en de gewone man heeft zijn eigen zit- of staantribune. Als we naar de voorkant van het stadion lopen, komen we het onvermijdelijke Jupiler-blikje tegen, dat zwaait bij elk gemaakt doelpunt van de thuisclub. Helaas, R.A.E.C. Mons is gedegradeerd naar de Tweede Klasse, dus veel is er afgelopen seizoen niet gezwaaid…

Voor het hoofdgebouw staat nog een chalet van de plaatselijke tennisvereniging: Royal Albert Elisabeth Club Tennis Mons. Hebben we hier te maken met een omnisportvereniging? Aan de achterzijde van de staantribune zien we dat boven de ‘buvette’ zich een plantenbak bevindt. Dit hebben we meer gezien in dit stadion. Is dit typisch voor de toenmalige bouwstijl? Geen tijd om hierover verder te denken, want we moeten snel verder. Op naar La Louvière!

Royal Association Athlétique Louvièroise (Stamnummer 93)

Vanaf het stadion op de autosnelweg raken is geen enkel probleem en al gauw rijden we in Nimy-Maisières weer de E42 op, in de richting van La Louvière. Na enige kilometers doemt voor ons de enorme scheepslift van Strépy-Thieu op, gelegen in Bracquegnies, een deelgemeente van La Louviére. Het meer dan 70 meter hoge bouwwerk torent echt boven het landschap uit. Deze constructie spreekt dermate tot de verbeelding, dat het op de lijst van de UNESCO staat. Hiermee wordt het gelijkgeschaald als het Sittardse monumentale ‘Pomphuuske’ aan de Bergerweg. We verlaten de autosnelweg bij Le Roeulx en maken kennis met een staaltje Waalse logica. De weg naar La Louvière is afgesloten, dus omrijden is een must. Als we proberen van de andere kant het kruispunt te bereiken, komen op exact hetzelfde punt uit. Er is een wegopbreking die geen wegopbreking blijkt te zijn. We snappen nu nòg niet hoe men erin is geslaagd ons zó het bos in te sturen…

Eind goed, al goed, we rijden La Louvière binnen. Ook dit is een oud mijnstadje, want het ziet er allemaal even grauw uit. Dit heeft ook zijn charme, laat dat duidelijk zijn! We bevinden ons op een kleine 180 kilometers van Nederland, maar het is een volledig andere wereld! We zijn trouwens op zoek naar het voormalige stadion van R.A.A. Louvièroise, het Stade Triffet.

Ongelofelijk maar waar, er staan bordjes! Nou, die hoeven we maar te volgen en we komen op de plek van bestemming. Zo eenvoudig is het niet en we ontkomen er niet aan een local aan te spreken. Ik was altijd in de veronderstelling me te kunnen redden in het Frans, maar de taal die deze jongeman spreekt, dat is een ander paar mouwen! In zijn verhaal komt vier à vijf keer het woord ‘droite’ voor, waardoor ik denk dat we een aantal maal rechtsaf moeten slaan om bij het Stade Triffet uit te kunnen komen. Mooi dat de eerste straat van links de onze moet zijn, want het bord met ‘Triffet’ erop wijst naar links… Nadien slaan we nog een paar maal linksaf, dus de vraag rijst of die jongeman het verschil tussen links en rechts wel weet.

Aan de rechterkant van de straat wordt geparkeerd en hier zou het moeten zijn. Nou, er is niks te zien. We besluiten de omgeving uit te kammen en niet veel later lijken we beet te hebben. We wandelen een soort geitenpad op, op zoek naar tribunes. Langs een spoorweg bij een Cokesfabriek treffen we een schoen aan. Als ons ook nog een penetrante (lijken?)geur tegemoet komt, maken we snel rechtsomkeer. Aan de overkant van de straat, achter een tennisplein vinden we uiteindelijk alsnog het Stade Triffet. Nou ja, Stade…

Meer dan wat trappen, gradins genaamd, is het niet.


De laatste restanten van het stokoude Stade Triffet

In de struiken achter de doelen ligt nog een gesloopte bank en een grote wals. Verder ligt er her en der wat rommel, wat duidt op de aanwezigheid van hangjongeren. Er is echter geen overheid die eraan denkt om dit stukje voetbalhistorie op te ruimen. Volledig mee akkoord, laten staan die handel!

Meer dan dit valt er ook niet te melden en we vertrekken naar het huidige stadion van R.A.A. Louvièroise, Stade Communal du Tivoli.

We toeren een flink stuk door de glooiende omgeving totdat we plots aan de rand van het centrum van La Louvière staan. Ook hier weinig dat ons kan bekoren, maar dat is geen algemene tendens. Er staan namelijk vrolijk bordjes die de weg wijzen naar de plaatselijke V.V.V. Is er dan sprake van toerisme in deze grauwe stad? Blijkbaar…

Via een aantal ronde punten slaan we uiteindelijk de Boulevard du Tivoli in: we zijn ter plekke! In de omgeving (die ons trouwens erg meevalt, helaas…) is geen sterveling te bekennen en ongestoord lopen we door de straatjes. Het stadion is trouwens in een heuvel gebouwd. We lopen vanaf de achterkant naar beneden naar de hoofdingang. Trapjes af, deurtje door en we zijn binnen. In een hoek van het stadion wordt iemand een interview afgenomen voor de tv. Heeft dit te maken met de totale anarchie die er heerst op de club? Voorzitter Filippo Gaone verklaarde zelfs dat de spelers alle ballen hadden gestolen als een soort wraak op de club. Hela, wat is dít hier allemaal???

Het stadion herbergt zelfs nog een atletiekpiste, een niet alledaags fenomeen anno 2005. Dit, met de flats op de achtergrond, geven het stadion een vreemde sfeer mee. Het heeft wellicht ook te maken met de nieuwe tribunes die op de oude staanplaatsen zijn geplaatst. We zijn al op heel wat plekken geweest, maar dit is wel héél apart. Ook de kogel die we op de promenade aantreffen is vrij apart… Maken we kennis met de duistere kant van Wallonië?


Vanaf je eigen balkon de Jupiler-League aanschouwen: extraordinaire!

Omdat de klok inmiddels 12.15 uur aangeeft en twee kopstukken van de Goodyear-commissie aanwezig zijn, stappen we onverschrokken een winkel binnen, in een flat tegenover het stadion. Opmerkelijke zaken in het winkeltje? Een Panini-boek voor het seizoen 2002-2003, een zak chips zo plat als een dubbeltje en een salade-bar. De handen beginnen prompt te jeuken en een broodje met ‘poulet-curry’ erop zal aan een inspectie worden onderworpen. Dit wordt door de aanwezige cuisinière razendsnel gesmeerd en ingepakt en met een vriendelijk ‘aujourd’hui’ verlaten we de zaak.

Het valt allemaal goed mee, en het uitdelen van een ster wordt overwogen. Echter, omdat het geen wedstrijddag betreft, is het niet mogelijk een ster toe te kennen. Helaas, zorg eerst maar eens dat je tegen Fortuna speelt, dan zien we verder!

Union Royale Sportive du Centre (Stamnummer 213)

Na het wegwerken van de lunch stappen we wederom in de inmiddels snikhete auto op weg naar de volgende bestemming. Slechts tien minuutjes later rijden we al de Rue de la Hestre in Haine-Saint-Pierre op. Vanaf de straat heb je een prachtig overzicht op het lagergelegen Stade Raymond Dienne van U.R.S. du Centre.

Vooralsnog lijkt alles potdicht te zitten, totdat een vriendelijke man van middelbare leeftijd uit de kantine komt gelopen. Het blijkt de verantwoordelijke te zijn voor Public Relations van U.R.S. du Centre. Hij is uiterst vriendelijk, spreekt prima Nederlands en geeft ons een rondleiding op het complex. In het begin is hij wat argwanend, maar de dreiging van het bovenhalen van onze Lateral Boys-aansluitingskaarten doet hem wellicht toch bezwijken onder de druk. De Lateral Boys-aansluitingskaart, de kaart die al het andere overbodig maakt…

Voor een vierdeklasser is dit trouwens een prima complex!


In Haine-Saint-Paul heeft men het fenomeen ‘viskoem’ in ere hersteld!

Het kleine complex heeft zelfs nog een noviteit in petto. Zo zien we op een staantafel in een hokje een heuse broodbakmachine staan! Het apparaat is weliswaar buiten dienst gesteld (toch?), maar U.R.S. du Centre heeft hiermee wèl de primeur!

De club blijkt overigens over een respectabel aantal van ruim 600 leden te beschikken. Een prima ontwikkeling dat de jeugd massaal aan het voetballen is. De wedstrijden worden doorgaans bijgewoond door 600 tot 800 toeschouwers, afhankelijk van de eigen resultaten en die van buur R.A.A. Louvièroise.

We hebben plechtig beloofd het kort te houden en wat we zeggen, daar staan we ook voor. Een 20-tal minuten later stappen we weer in de auto en rijden richting autosnelweg E42: Charleroi, on y va!

Royal Charleroi Sporting Club (Stamnummer 22)

Vanuit Haine-Saint-Pierre is het maar een kwartier rijden vooraleer de eerste borden met ‘Charleroi’ erop verschiijnen. Een bezoek aan het Stade du Pays de Charleroi moet het hoogtepunt van de dag worden. Wereldberoemd vanwege EURO 2000 en de bijkomende rellen tussen Engelse en Duitse hooligans in het centrum van de stad.

Voordat we de stad binnenrijden, dient er nog een flink stuk R3 genomen te worden, oftewel: de Ring van Charleroi. Nou ja, Ring. De autosnelweg gaat midden door de stad. De autosnelweg torent werkelijk metershoog boven de huizen uit. Vanaf de Ring heb je een formidabel zicht op de stad die half in het dal, half op een heuvel is gebouwd. Zelden zo’n mooi en fascinerend stuk autosnelweg gezien!

Echter, op het moment dat we de afslag ‘Jumet’ voorbij rijden, denkt iedereen terug aan het drama dat Marc Dutroux veroorzaakte in deze buitenwijk van Charleroi. Dutroux, wonend in Marcinelle, bezat in Jumet nòg een huis. In de tuin van dat huis werden de lijken van de verdwenen en vermoorde meisjes aangetroffen. Met behulp van de Nederlander Harry Jongen, alias ‘De Neus’, werden in 1996 de lijken opgegraven. Een verschrikkelijke tragedie…

Soit, het leven gaat door. Niet veel later zien we als een soort luciferstokjes vier lichtmasten uit de bebouwing komen. Stadion in zicht! Via de afrit Montigny-le-Tilleul bereiken we probleemloos het stadscentrum. Het Stade du Pays de Charleroi, maar ook Olympic Charleroi staat prima aangegeven. Allereerst maar naar de ‘Ploeg van ’t Stad’, R. Charleroi S.C..

Na een aantal ronde punten rijden we de Boulevard Zoé Drion op en staan we oog in oog met de levensgevaarlijk steile tribunes die slechts onder begeleiding van een gediplomeerd alpinist mogen worden beklommen.

Het stadion ligt midden in een woonwijk. De ruimte tussen de tribunes en de huizen is verschrikkelijk klein. Wie heeft dit bedacht? ‘Absurd’ wil niet zeggen dat dit niks heeft. Het is werkelijk geweldig! Voor EURO 2000 zijn alle sentimenten opzij gezet teneinde Charleroi een impuls te geven. Hierin is men prima geslaagd. Het enige jammere is dat Etage 3 van de tribune aan de lange zijde is gehaald. Deze is speciaal voor het Europees Kampioenschap gebouwd en na afloop ervan verwijderd. Desalnietemin blijft er een fascinerend bouwwerk over.

Ook hier staan trouwens de poorten wagenwijd open en onder aanmoediging van de aanwezige pompiers betreden we de tribunes.Vanuit Etage 1 stoten we meteen door naar Etage 2. Persoonlijk vind ik dit verschrikkelijk. Gezegend met de nodige hoogtevrees waag ik me op rij 6. Hoger lukt ècht niet. Toch is het (hopelijk) voldoende om de hellingsgraad op foto vast te leggen. De Lateral Boys-Capo geeft echter het goede voorbeeld en beklimt moeiteloos en schijnbaar achteloos de nok van het stadion. Tsja, je hebt altijd baas boven baas. De in San Siro opgedane ervaring betaalt zich nu cash uit…

Omdat de praktijk altijd weerbarstiger blijkt te zijn dan de theorie, dagen we éénieder uit om de exacte hellingshoek van deze tribune te raden. Antwoorden plus naam kunnen gestuurd worden naar info@lb03.net onder vermelding van ‘Groundhopping Charleroi’. De winnaar verschaft zich hiermee een plaats in onze auto voor de volgende groundhop-sessie.


Leg je geodriehoek maar op het beeldscherm en meet de hellingshoek op

Snel stappen we (nou ja, ik althans…) weer richting Etage 1 en via het speelveld lopen we de tribune aan de lange zijde op. Van daaruit heb je een prachtig uitzicht op de rest van het stadion. Het is erg speciaal om hier te staan. Het is weliswaar niet het grootste stadion waar we ooit zijn geweest, maar de steile tribunes zijn vrij imponerend.


Thuishaven van de fanatieke aanhang van Charleroi, de Storm Ultras

Als we verderlopen, lopen we toch even de catacomben in. Er is sprake van een kleine hal waar de spelers zich voor de match ongetwijfeld zullen opstellen. Als je dan het veld oploopt en een kleine 25.000 Carolos staan je toe te schreeuwen, moet dat een onbeschrijfelijk gevoel geven!

Bij het buitengaan van het stadion krijgen we nog een elftalposter in onze handen gedrukt. Een presentje van de supportersvereniging. Laat nooit meer iemand beweren dat Carolos niet vrijgevig zijn! In de fanshop wordt nog een poging gedaan om een wedstrijdshirt aan te schaffen, maar dit mislukt jammerlijk

Bij het buitengaan van le Stade du Pays de Charleroi zien we een trap uit de grond komen. Hebben we hier te maken met een stukje metro? Warempel, het is halte ‘Janson’! Nou, snel via de roltrap naar beneden, want Charleroi beschikt maar over 16 kilometer metro. Hiermee bezit de stad één van de kleinste metronetwerken ter wereld! Ambitieuze plannen genoeg; door geldgebrek is slechts een beperkt deel van de metro operationeel.

Na dit korte intermezzo stappen we nogmaals in de auto; op naar de buren.

Royal Olympic Club Charleroi Marchienne (Stamnummer 246)

Op nog geen kilometer afstand van R. Charleroi C.S. is het in 1912 opgerichte Olympic Charleroi gesitueerd. In het Stade de la Neuville haspelt deze derdeklasser zijn matchen af. Het stadion bezit ook de stadionlampen die we hebben gezien vanaf de Ring. Ook dit stadion ligt werkelijk middenin een woonwijk. Nauwe straatje dus waardoor we dienen te manouvreren. Tot onoverkomelijke problemen leidt dit niet. Het binnentreden van het stadion evenmin. Wat meteen opvalt is de gesteldheid van de grasmat. Heeft het feit dat hier van 25 tot en met 29 mei 2005 ‘Carolo Jumping’ heeft plaatsgevonden er iets mee te maken??? Wàt een steppe!

Het stadion is op zich best aardig, maar doet smerig aan. Het zal wel komen doordat het veld compleet geel is gekleurd, maar hier moet je niet heen in zondagse kledij. Vanuit de bovenste trede van één van de staantribunes valt ons oog op onze vorige bestemming. Een mooi beeld!


Stade du Pays de Charleroi en Stade de la Neuville in één beeld gevangen…

Op de staantribunes zijn hekjes gemonteerd in de kleuren geel, groen, turqoise en rood. Bij F.C. Twente spreekt men er schande van, hier is het plots mooi. Rondom het stadion lopen ook tal van gangen waarover je de tribunes kunt bereiken. Of dit allemaal nog in gebruik is, is niet geheel duidelijk. Er is niemand aanwezig, waardoor we alle poorten zelf moeten openen en sluiten. In de hoofdtribune heeft men een vipgebouw gebouwd op de trappen. Het ziet er een beetje vreemd uit allemaal. Is het in Wallonië gebruikelijk om tribunes ìn tribunes te bouwen? Wat wèl schitterend oogt is de tekst die op de muur van de tribune aan de lange zijde is geschilderd. Op de zwarte muur staat met witte letters ‘ROYAL OLYMPIC CLUB CHARLEROI 1912’ geschilderd. Fraai allemaal.

Hiermee sluiten we ook onze trip in de provincie Henegouwen af. We trekken naar de naburige provincie Namen.

Union Royale Namur (Stamnummer 156)

Het hoogtepunt van de dag zit erop. Vanaf nu kan alles alleen nog maar tegenvallen. En tegenvallen zal het…

Op weg naar het knooppunt van Sambre en Maas laten we datgene we hebben gezien in de Borinage nog eens de revue passeren. Eigenlijk moeten we niet zeuren. Het is tot dusver al een prachtige dag geweest. Welnu, wellicht dat Namur ons nog wat te bieden heeft.

De afslag Namur-Ouest wordt genomen en plotseling staan we in het centrum van de hoofdstad van de gelijknamige provincie. De tijd begint al aardig in ons nadeel te tikken en de motivatie begint iets te zakken. Nog twee stadions en dan zal de dag erop zitten. Het vinden van het stadion van U.R. Namur blijkt niet evident te zijn. Een eerste poging mislukt en dus nemen we maar een pitstop. De auto wordt afgetankt en als een valk duiken we opnieuw het stadscentrum in. Het stadion zou naast de Expo liggen. Dat kan niet lastig zijn en gedwee worden de aanwijzingsbordjes gevolgd. Overigens worden we overal gevolgd door een reclamekarretje. De hele tijd bevindt dit wagentje zich in onze buurt, maar het waarom begrijpt niemand. Is de bestuurder soms de officieuze burgemeester van Namur die alles is de gaten houdt?

Na enige tijd geraken we toch bij de Expo en parkeren onze auto. Volgens de overlevering zou hier een ‘aardig stadion’ moeten liggen

De ontgoocheling is groot, want er ligt niks. Buiten een kantine, een tribune met 150 zitjes, een speelveld en wat reclameborden doet niks vermoeden dat hier wordt gevoetbald. Wàt een teleurstelling!


én grote grafzooi bij U.R. Namur…

Op het terrein staat ook nog een caravan. Uiteraard is het binnen snikheet en staat de vrieskist open. Aan de binnenkant van de kist treffen we een hoop aangekoekte potgrond aan. Lekker fris allemaal… Ach, de reputatie van deze club is toch al volledig naar de vaantjes. Daar kan een propere vrieskist nog maar weinig aan veranderen.

Snel weg dus en op naar onze laatste halteplaats!

Het huidige stadion van U.R. Namur, het Stade Communal, is pas vanaf 2001 het vaste speelplein van de club. Voordien werd gespeeld in het Stade Michel Soulier. Het stadion dankt haar naam aan U.R. Namur-speler Michel Soulier, de speler die op 27 augustus 1977 stierf tijdens een match tegen RSC Anderlecht. Nog voordat de ambulance arriveerde, kon de ploegdokter van Anderlecht geen polsslag meer waarnemen. Mond-op-mond-beademing en een poging Soulier te reanimeren leverde niks op…

Het stadion is gelegen pal naast het Albert Ziekenhuis van Namur. De laatste jaren doet het veld dienst als parkeerplaats voor bezoekers van het ziekenhuis. We hadden al een seintje gekregen dat de resterende hoofdtribune recent zou zijn opgeruimd, maar het was gissen naar het waarheidsgehalte van dit gerucht.

Bij het oplopen van de parking zien we eigenlijk al genoeg. Tussen het ziekenhuis, wat huizen en de spoorlijn stond ooit het Stade Michel Soulier, met de nadruk op ‘stond’. We komen te laat. Veel heeft niet kunnen ontsnappen aan de nietsontziende slopers…


Een gevoel van diepe ontgoocheling maakt zich van ons meester…

Waarom…? Waarom…? Opnieuw een teleurstelling… Namur is ons blijkbaar niet goed gezind. Met het definitieve einde van de Noordlaan konden we nog leven. Daar was helemaal niks meer te zien. Maar hier… Alsof het stadion ons door de vingers is geglipt…

Na een paar keer slikken stellen we vast dat er wel ergere dingen zijn in de wereld. Zo zijn we indirect in aanraking gekomen met ‘de affaire Dutroux’ en het overlijden van Michel Soulier. Zonder sentimenteel te worden, maar dat zijn pas èchte tragedies!

Met een toch wel zeer tevreden gevoel stappen we een laatste maal in de auto. De autosnelwegen zijn nog altijd van uitmuntende kwaliteit en behendig sturen we door de Waalse verkeerscongestie. In Luik overleven we zonder problemen het grote klaverblad en enkele momenten later rijden we Nederland binnen.

Vooraleer we Maastricht binnenrijden zwaaien we ter hoogte van Gronsveld nog even naar TMD en niet veel later passeren we het laatste stadion van de dag, onderaan de Kruisberg…

Hiermee komt een periode van groundhoppen ten einde. We gaan allemaal genieten van een welverdiende zomervakantie in de hoop dat we elkaar weer treffen bij S.V.M….

Moed houden; l’histoire continue..!

Lateral Boys