Pages Navigation Menu

Spreekbuis van de Lateral Boys

Categories Navigation Menu

Groundhoppen in de Provincie Antwerpen

Groundhoppen in de Provincie Antwerpen

Donderdagochtend. De avond voordien heeft Frank Deboosere slecht weer voorspeld en de werken aan de Antwerpse Ring bereiken hun hoogtepunt. Perfecte randvoorwaarden om te gaan groundhoppen in de Provincie Antwerpen. Een kort belrondje volstaat om iedereen warm te krijgen naar Antwerpen te trekken.

 

 


Proloog

Vrijdag 15 april 2005 kopt Het Nieuwsblad ‘Germinal Ekeren wordt afgebroken’.

ANTWERPEN – De stad Antwerpen is bereid het stadion van Germinal Ekeren af te breken. Het stadsbestuur negeert al zes jaar lang een uitspraak van de Raad van State, die oplegt het onwettig gebouwde Veltwijckstadion grotendeels af te breken. De omwonenden die bij het hoogste administratief rechtscollege gelijk haalden, houden vol en hebben het stadsbestuur, die eigenaar is van het stadion, gedagvaard. De schepen van Ruimtelijke Ordening, Ludo Van Campenhout (VLD), zegt dat hij het stadion wil slopen, met uitzondering van de infrastructuur voor de jeugd.

De buurtbewoners en een vzw die verantwoordelijk is voor het beheer van de nabijgelegen natuurzone Oude Landen krijgen hierdoor hun zin. Tegelijkertijd een domper voor ons. Het Veltwijckpark gaat tegen de vlakte, terwijl we dit nog niet hadden bezocht. Jammer, maar helaas…

Liaison (150 km)

De dag begint al vroeg met een rondje door de Westelijke Mijnstreek. Omstreeks 08.15 uur passeren we de grensovergang bij Stein en volgen we de E314 richting Leuven. Al snel wordt Lummen bereikt en vervolgen we onze weg middels de E314 richting Antwerpen. Onderweg filosoferen we al over datgene wat we mogelijk gaan aantreffen, al is dat haast onmogelijk. In Belgische stadions is alles anders dan elders en we besluiten ons maar te gaan concentreren op het vinden van een goede radiozender.

Daar waar in wedstrijdverslagen regelmatig Skyradio op de hak wordt genomen, zou ik graag hetzelfde willen doen met Radio Donna. Deze radiozender presteert het om tussen nieuws, filemeldingen en reclame welgeteld 7 plaatjes te draaien in een uur. ‘Donna, make my day…’.

Na een kilometerslange file te hebben doorgeworsteld bereiken we na 150 kilometer verbindingsroute de Antwerpse Ring. Mooi. Nou, dat is niet helemaal waar. Alle afritten blijken te zijn afgesloten. Prompt kan ons roadbook de prullenmand in en zonder GPS moeten we Antwerpen zien te ontrafelen.


Deurne, Berchem, Wilrijk, hoe nu verder?

Koninklijke Football Club Germinal Ekeren (Stamnummer 3530)

De autosnelweg naar Bergen op Zoom blijkt gelukkig wèl open en we zetten koers naar ons eerste doel: Kappellen. Voorbij het Sportpaleis doemen plotseling vier verlichtingspylonen op. Niet veel later passeren we het bord Ekeren, 500 m. Zou het Veltwijckpark toch nog bestaan? Gedachten gaan terug naar 15 april 2005.
Het wordt terug op de lijst gezet en niet veel later bereiken we het centrum van Ekeren. Hier maken we ook voor het eerst kennis met het Antwerps dialect. Mooi taaltje! De werkzaamheden aan de Ring worden in Ekeren nog eens dunnetjes overgedaan en na wat gepuzzel rijden we het Veltwijckpark binnen. Het hele stadion blijkt al te zijn gesloopt, met uitzondering van wat kassa’s en de hoofdtribune.

Direct worden we aangesproken door een tweetal krasse knarren die dreigen ons ‘het plein af te kloppen, indien we van de Groenen zijn’. Niks van dat en na 10 minuten lukt het ons deze spraakwatervallen af te schudden. Rondlopen is geen probleem en we lopen de hoofdtribune op en in.


Het enige restant van het gesloopte Veltwijckpark

Vandalen hebben flink huisgehouden in het hoofdgebouw. De kantine / sponsorruimte ligt bezaaid met glasscherven en kapotgeslagen stoelen. Vreemd genoeg doet de koeling van de ijskasten het nog prima. Volledig in tact! In een kast treffen we nog etensresten aan. Maar goed dat de Goodyear-jassen zijn thuisgebleven, al hebben we niet de illusie dat hier nog ooit een wedstrijd zal worden gespeeld.

Na 20 minuten stappen we weer in de auto en rijden we terug naar de Ring.

Royal Cappellen Football Club (Stamnummer 43)

We rijden de Ring op en meteen weer af. Aan de afrit naar rechts en bij het tankstation naar links. Na een paar honderd meter staan we voor de poort van Stadion Jos Van Wellen.


Het stadion vernoemd naar oud-voorzitter Jos Van Wellen Mooie poort, dat belooft!

Mooie poort, dat belooft! Na het passeren van de poort blijkt het stadion de verwachtingen nauwelijks te kunnen inlossen. Slechts aan één zijde een tribune met verder een hoop reclameborden en hekken. 24 april zal K.V. Mechelen hier zijn opwachting maken en zal dit stadionnetje uit haar voegen barsten. Graag zouden we foto’s in de kantine willen maken, maar dat gaat niet. ‘Dan zullen jullie toch een andere keer moeten terugkomen’, horen we op het secretariaat. Nadat we onze Lateral Boys-aansluitingskaart tonen blijkt alles wel degelijk te kunnen. Een sleutelbos wordt bovengehaald en niet veel later staan we in de gezellige kantine. ‘Ja, we hebben de mensen hier heel wat te bieden’, zegt de persoon die het secretariaat bemant. We houden wijselijk onze mond, want hier hebben we toch een iets andere mening over… Overigens zullen in de zomer de lichtmasten van het Veltwijckpark worden geïnstalleerd, zodat de club komend seizoen over een lichtinstallatie kan gaan beschikken.

In het meegenomen clubblad staat een interview met de 85-jarige Johneke Brouwers, al meer dan 50 jaar actief voor de club! Hij beschrijft zichzelf als een echt ‘manusje-van-al’ en sympathieke praatvriend ‘aan den toog’. Zulke mensen zijn goud waard en houden clubs gelijk deze overeind. Niets dan lof.

Royal Antwerp Football Club (Stamnummer 1)

Vanuit Kappellen sturen we weer de Ring op. Een paar kilometers en kaaien verder slaan we af richting Singel, de grote boulevard dwars door de stad. Via de Bisschoppenhoflaan en de Jan Welterslaan (familie van?) bereiken we de Bosuil, het legendarische stadion van de oudste club van België, het stamnummer 1. Opgericht in 1880 onder de naam Antwerp Football, Cricket and Lawn Tennis Club, maar van de topclub van weleer is weinig meer over. De infrastructuur is wèl nog van weleer, maar desondanks van ongekende schoonheid. Gebouwd naar Engelse stijl ademt dit stadion alleen maar voetbal uit.


Voorgevel van het historische hoofdgebouw

In het Antwerpcafé van ‘The Geat Old’ zitten heel wat Sinjoren rustig te vertellen over vanalles en nog wat. Ondanks dat dit ons niet oninteressant lijkt, gaat onze aandacht uit naar een gang, volgeplakt met krantenartikelen over ‘den Antwerp’. Her en der verschijnt Wim Kiekens nog op een foto, maar de meeste aandacht gaat toch uit naar voorzitter Eddy Wauters. Wauters, volgens sommigen een drieste dictator, is al sinds 1969 voorzitter van de club. Zonder Wauters géén Antwerp. De twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Na het lessen van de ergste dorst proberen we het stadion in te komen. Van conciërge Jos krijgen we toestemming om rond te lopen. Verder dan het uitvak komen we vooralsnog niet, maar dat is al heel wat. In ‘de Viskoem’ komen we vanzelfsprekend niet, maar de nieuw opgetrokken tribune achter één van de doelen kunnen we opgehinderd oplopen. Omdat we toch graag in de tribune aan de lange zijde willen kijken, lopen we het secretariaat binnen. Alsof we 20 jaar terug in de tijd gaan… Aan de muur hangt een foto van het elftal dat op 31 oktober 1957 voor 40.000 toeschouwers tegen Real Madrid speelde in het kader van de Europa Cup I. Verder valt het ontbreken van een computer op en de hoge leeftijd van de medewerkers. Een stagiair Communicatie loopt even met ons mee en niet veel later staan we wederom oog in oog met conciërge Jos. We horen van de stagiair dat de communicatie bij Antwerp beter kan, maar wat ons betreft is deze perfect: we mogen het plein op! We zijn niet de enigen, want twee eenden zitten rustig op het speelveld wat te keuvelen. Tussen de konijnenkeuteltjes door laveren we naar de enorme tribune aan de lange zijde.


Hoeveel mensen zouden in deze tribune kunnen?

Ook hier heeft de tijd stilgestaan. Van toiletten is geen sprake en van bijvoorbeeld eetgelegenheden evenmin. Een sterke urinegeur beheerst de hele tribune en fatsoenlijk zitten (of staan) gaat nauwelijks. Ondanks alles blijft ‘den Antwerp’, samen met de haven, de diamant en de Zoo, één van de vier kroonjuwelen van de stad Antwerpen. We besluiten de Bosuil achter ons te laten, er staat nog meer op het programma…

Koninklijke Berchem Sport (Stamnummer 28)

Vanuit de Bosuil rijden we de Bisschoppenhoflaan helemaal af. Helaas staat nergens Berchem aangegeven. K. Berchem Sport mag dan wel in de vierde klasse spelen, ze bezitten wèl een stadion. Voor ons rijden wat auto’s en iets zegt ons dat deze de weg wel weten, binnendoor naar Berchem. Voordat we het weten zitten we midden in

Borgerhout, beter bekend als ‘Borgerokko’. In dit deel van Antwerpen liggen ook de

roots van de Arabische Europese Liga, welke enige tijd geleden flink garen leek te spinnen bij een vermeende racistische moord op een Antwerpse Marokkaan in de wijk Borgerhout. Ondanks dat we geoffreerd worden om voor € 0,25 per minuut naar Benin te bellen, rijden we snel door. We komen in de stationsbuurt, welke in de auto razendsnel wordt omgedoopt tot ‘Israeliwerpen’. Nog nooit zagen we zoveel keppeltjes op één dag! Tsja, Antwerpen, wàt een stad! Gelukkig staat nu tenminste Berchem aangegeven en binnen no-time zitten we in Berchem. Door de werken en het invoegend werfverkeer blijkt het vinden van het Ludo Coeck-stadion geen sinecure. Een voorbijganger geeft ons de gouden tip: volg het spoor. Dat doen we en even later rijden we de parking op.

We lopen door de poort, maar alles is hermetisch afgesloten. In de aangrenzende kantine staat de uitbater ons in plat Rotterdams te woord. Dit gaat te ver! Dan maar een man in blauwe trainingsbroek, groene body-warmer en gummy-laarzen aangesproken. Of we even binnen zouden mogen zien? ‘Ah, natuurlijk, volg mij, ik heb sleutels’. Volgzaam als we zijn lopen we achter de terreinbeheerder aan door een klein gangetje en plots staan we op de sintelbaan. We staan in een klein stadionnetje, waarbij twee adelaars, geposteerd op pilaartjes, het meest opvallen.


Postuum eerbetoon aan ‘De adelaar van Toledo’?

We informeren nog even hoe de club er voorstaat in het post-Cavatti-tijdperk. Deze Armeniër nam enige jaren geleden de club over, maar dat bleek geen succes. De diamantair betaalde voornamelijk in het zwart en de mogelijke fraude werd op € 250.000 geraamd. Hij werd gearresteerd (samen met zijn echtgenote) en verdacht van het ‘verbreken van zegels’ en ‘ontdraging van in beslag genomen goederen’. Tijdens het onderzoek werd vastgesteld dat één van de door het gerecht verzegelde kluizen in één van de beide juwelenwinkels die Cavatti heeft, de zegels verbroken waren en dat de inhoud van de kluis – waarschijnlijk juwelen – verdwenen was. Gelukkig is K. Berchem Sport weer in rustiger vaarwater terechtgekomen en momenteel wordt gebouwd aan een ploeg, voornamelijk bestaande uit jeugdspelers.

‘Vanuit Berchem is het Wilrijk aanhouden en dan kom je vanzelf op ’t Kiel terecht’. Mooi, dat gaan we doen.

Germinal Beerschot (Stamnummer 3530)

De terreinbeheerder van K. Berchem Sport heeft niets teveel gezegd en een kwartier later parkeren we de auto in de Hockeystraat, tegenover het Olympisch Stadion. Het stadion ligt midden in een woonwijk, genaamd ‘t Kiel.

We verwachten een club aan te treffen, dronken van geluk, wegens het bereiken van de halve finale in de Beker van België, ten koste van K.R.C. Genk. Dat valt tegen. We maken kennis met een gemeentewerker en een hoogbejaarde supporter die beide reppen van ‘ne schone avond’. Een hek wordt al snel opengeschoven en we zijn binnen. Her en der liggen nog wat papiersnippers en plastic bekers, maar al met al heeft Vak 13 zich keurig gedragen. Hopelijk ook verbaal…


Schoon stadion en, wederom, zitjes in clubkleuren!

Met z’n tweeën wordt een aanvang gemaakt met het schoonmaken van de tribunes, maar veel systeem hierin valt er niet te bespeuren. Omdat de middag al half om is en we pas Antwerpen hebben gehad, blijven we hier niet langer dan noodzakelijk en niet veel later slaan we af richting E19, Antwerpen-Brussel.

Bij het eerstvolgende tankstation worden wat etenswaren van bedenkelijke kwaliteit ingeslagen. Ach, niemand die erom maalt. We zitten op driekwart van de dag en hebben al vijf stadions bezocht. ‘En route’ richting Mechelen, want we hebben nog vier katjes te geselen.

Koninklijke Racing Club Mechelen (Stamnummer 24)

In Mechelen-Noord verlaten we de E19 en slaan rechtsaf richting Mechelen. Al gauw doemt boven een rij huizen een enorme tribune op: het Oscar Vankesbeeckstadion.

Op deze plek heeft enkele weken geleden nog de Mechelse veldslag K.R.C. Mechelen-K.V. Mechelen plaatsgevonden. Dat zo een beladen match in een dergelijke accommodatie wordt gespeeld verbaast ons toch wel enigszins. Met ± 13.000 maneblussers zat dit stadion eivol, hetgeen een super ambiance zal hebben gegeven. De hoofdtribune is prachtig, gebouwd in Engelse stijl.


Hoofdtribune gefotografeerd vanuit het uitvak

Zowel aan de buitenkant alsook aan de binnenkant is het logo afgebeeld. De tekst ‘Waar een wil is – is een weg’ completeert het geheel. Erg fraai allemaal, al steekt de rest in schril contrast af met de hoofdtribune. Verder beschikt K.R.C. Mechelen over een erg mooie hal waarin de clubkleuren zijn verwerkt. Op het veld staat een Ford Sierra, waaraan een wals is bevestigd. Dit hadden we reeds eerder gezien in Montegnée, maar het blijft een raar gezicht.


Ford Sierra als substituut voor een tractor

We durven niet te zeggen dat we verdertrekken naar de rood/gele buren en dus wordt gezocht naar referentiepunt McDonald’s. Dat blijkt op de hoek van het Oscar Vankesbeeckstadion te zijn en als we de Dijle passeren is het een fluitje van een cent om Achter de Kazerne te geraken.

Koninklijke Voetbalclub Mechelen (Stamnummer 25)

Midden in een woonwijk naast een school is het stadion van Malinwa (de bijnaam van K.V. Mechelen) gelegen. Er is weinig activiteit te bespeuren, waardoor we ongehinderd het stadion kunnen binnenlopen. Wat direct opvalt is de business-lounge achter het doel. Zoals de grachten rond het veld typisch Nederlands zijn, zo heeft in België vrijwel elke club een business-lounge achter het doel. Foeilelijk, maar wel noodzakelijk om de club overeind te houden.


Ook Achter de Kazerne overheersen de clubkleuren

We lopen verder en worden plotseling aangesproken door de enige aanwezige in het stadion. ‘Wat komen jullie doen?’. Even snel als hij tevoorschijn was gekomen verdwijnt hij weer, nadat we hem in kennis stellen van onze bedoelingen. Via de korte zijde en het ‘Chalet K.V.M.’ lopen we de staantribune in waar het fanatieke deel van de Mechelen-aanhang samentroept. Geen luxe, maar gewoon staantribune in alle eenvoud.


Tribune 4: ondanks alles toch een leuke tribune

Zoals we zijn gekomen, zo verlaten we ook het stadion weer, met dien verstande dat we over de promenade teruglopen. Eigenlijk is dat véél te veel eer voor dit loopbalkon. Toch goed dat we er zijn geweest, want achter een deur van kippengaas treffen we een flinke stapel dossiers aan. Jongens toch, wat hiervan te denken? Is dit de Mechelse versie van een dynamisch archief? Wat gebeurt hiermee als het weer wat vochtiger wordt? Zijn dit documenten van uit de tijd van Aad de Mos? Talloze vragen waarop we geen antwoord zullen krijgen. Ach, waarschijnlijk interesseert het niemand hoe de club er voorstaat, als er maar gevoetbald wordt…

Enigszins verward stappen we maar weer in de auto, op weg naar de laatste stad van de dag.

Onderweg wordt al voorzichtig het ‘één, twee, drie, vier, boeren van Lier’ aangeheven en even buiten Mechelen staat het al aangegeven: ‘Lier 16’.

Koninklijke Lyra Turn- en Sportvereniging (Stamnummer 7776)

Vanuit Mechelen is het één steenweg naar Lier en al gauw zitten we in Lier. Benieuwd of we een antwoord kunnen vinden op de vraag wat ‘Lierke plezierke’ exact inhoudt.

Het vinden van het Lyra-Stadion, dat is een ander paar mouwen. De zoektocht duur te lang en we besluiten een klaarover aan te spreken. Nou, daar hadden we dus helemaal niks aan. Dan maar een 17-jarige rokende scholiere aangeklampt. ‘Amai, ‘de Lyra’? Da’s hier draaien, rechts, lienks op het rond puunt, aan de liechten rechts, aan de Quieck weer rechts en dan ies het na 700 meter aan de lienkerkant’ Hmm, we moeten het er maar mee doen. Er is niemand die gelooft dat dit de juiste route is, maar verdorie, het blijkt te kloppen! Omdat K. Lyra T.S.V. geen lichtmasten heeft en het stadion achter een tankstation ligt, rijden we er bijna achteloos langs. Parkeren doen we bij de Business-club en we spoeden ons richting stadion.


24 april tegen Denderhoutem. Zijn we erbij?

Curieus detail: er ligt een tennisplein pal naast het stadion! We proberen de tribune op te lopen, maar worden vrijwel direct aangesproken door een Lyra-supporter op leeftijd. De man lijkt wel verguld te zijn met ons bezoekje. Wàt een ontvangst! Hoe gaan we deze man kwijtspelen? Hij vertelt ons vanalles over het stadion (gebouwd in 1923) en over het ontstaan van de club. Ook doet hij ons vrijwel direct een wijsbegeerte aan de hand: ‘Het is zwart en geel dat stinkt en rood en wit dat blinkt’. Met het eerste gedeelte zijn we het volmondig eens, maar het tweede gedeelte, dat moeten we dan maar aannemen. 12 april 1972 is trouwens een zwarte dag in de Lyra-geschiedenis. Op die dag fuseerde men namelijk met de gehate buren K. Lierse S.K. Maar, geen nood. Ruim twee maanden later, op 16 juni 1972, werd Lyra heropgericht, zij het onder een ander stamnummer. Klasse, zo zien we het graag. Hèt bewijs dat een fusie niks oplevert. Stamnummer 52 ging verloren bij de fusie en onder stamnummer 7776 maakte men een herstart. Dat zal deze man zeker hebben meegemaakt, getuige de bevlogenheid waarover hij oSver ‘de Lyra’ vertelt. Eén van de hoogtepunten van de dag is de hoofdtribune waarover K. Lyra T.S.V. beschikt.


Uit 1923 (!) stammende tribune van ‘de Lyra’

Bij het verlaten van deze mooie club worden we wederom aangeklampt door dezelfde man. Werkelijk hartverwarmend hoe hij over zijn club verteld!

We zeggen het liever niet, maar tòch gaan we nog naar die andere club in Lier.

Koninklijke Lierse Sportkring (Stamnummer 30)

Het gaat tegen vijven en hopelijk komen we niet te laat om het Herman Vanderpoortenstadion binnen te komen. Er is sprake van een complete verkeerschaos in Lier en gaan we stranden in het zicht van de finish? De stadionlichten zijn al in zicht terwijl we in een lange file terechtkomen. We slaan de Voetbalstraat in, slaan tweemaal linksaf en rijden de parking op. Er zijn twee draaihekjes die linksom, maar ook rechtsom draaien. Hoe kan dit? Niets om ons druk over te maken, we zijn binnen. ’t Lisp, zoals het stadion in de volkmond heet, is toch wel ruimbemeten, maar desondanks erg knus. Burgemeester Marleen Vanderpoorten (een rasechte Lierse) mag de hoofdtribune dan wel tijdelijk hebben gesloten wegens de slechte staat waarin de dakconstructie verkeert, wij merken er niks van en zonder helm lopen we door het stadion.


Gezelligheid troef op ’t Lisp

De tribune achter één van de doelen lijkt wel een kopie van het Genkse Fenix-stadion. Was plotseling het geld op? Het lijkt er wel op, want recent heeft er bij de club een bestuurswissel plaatsgevonden wegens aanhoudende financiële problemen.


Zittribune annex hoofdgebouw

Rustig lopen we door het stadion en met een tevreden gevoel verlaten we het complex. We hebben weliswaar geen antwoord op de vraag wat ‘Lierke plezierke’ inhoudt, maar het feit dat we overal probleemloos zijn binnengekomen vergoedt veel, zoniet alles.

Het uitrijden van Lier levert verder geen problemen op en met gezwinde spoed zetten we koers naar het laatste obstakel van de dag: knooppunt Lummen. Dit wordt probleemloos genomen (dat is wel eens anders geweest) en omstreeks 19.30 uur zijn we weer thuis.

Wat heeft deze dag ons allemaal opgeleverd? Allereerst ruim 200 foto’s. We zijn er ook achtergekomen dat veel kleinere clubs in België drijven op vrijwilligers die al aardig op leeftijd beginnen te komen. Vele krasse knarren hebben ons anekdotes verteld en een grote clubliefde getoond. Zonder deze mensen zou het heel lastig overleven zijn, lijkt ons. Maar, ook zij hebben niet het eeuwige leven en wie gaat hen vervangen? Voorts zijn we er achter dat de werken aan de Antwerpse Ring inderdaad ingrijpend en nog lang niet ten einde zijn. Verder is onze woordenschat weer uitgebreid met woorden als werfverkeer, funerarium en wegomlegging. Tenslotte hebben we gezien wat er van komt als de tandarts niet in het ziekenfonds is opgenomen.

Wordt vervolgd…

Lateral Boys