Pages Navigation Menu

Spreekbuis van de Lateral Boys

Categories Navigation Menu

Groundhoppen in Praag

Groundhoppen in Praag

Wat heeft Praag de vakantievierder nog meer te bieden dan pivo? Juist, ja, voetbalstadions. Praag kent een rijke voetbaltraditie, die overigens wel behoorlijk aan het afbladderen is. Het Tsjechische clubvoetbal lijdt onder de voortdurende uittocht van jeugdige talenten naar het buitenland. Het publiek geeft steeds meer de voorkeur aan ijshockey, de andere grote sport in Tsjechië. De wedstrijden in de Gambrinus Liga spelen zich meestal slechts voor een enkele duizenden mensen af.


Dat neemt niet weg dat er voor de groundhopper genoeg te beleven valt. Op niet zo’n grote afstand van het centrum liggen vijf voetbalstadions en een monstrum dat eigenlijk alle beschrijving tart, maar toch onder de noemer stadion moet worden gebracht.

FK Viktoria Žižkov

Wij beginnen onze tour met een bezoek aan de onbekendste van de Praagse profclubs: Viktoria Žižkov. Viktoria (uit 1903) werd in 1928 kampioen van Tschjechoslowakije, maar verdween na de oorlog in de anonimiteit. In de jaren negentig verschenen de rood-witten opeens weer in de hoogste liga. En niet zonder succes. De club speelde mee in de subtop en in 1994 en 2001 werd de beker gewonnen. Hoogtepunt van enkele Europese tours vormde de uitschakeling van de Rangers van Fernando Ricksen in 2002. Maar in 2004 konden zelfs steekpenningen aan de scheidsrechter degradatie niet voorkomen. Sindsdien speelt Viktorka in de tweede klasse van de Gambrinus Liga.

Om het naamloze stadion van Viktoria te bereiken, moeten we naar de wijk Žižkov. De reis voert ons in eerste instantie naar het centraal station van Praag. Een bezienswaardigheid op zich: tegen een schitterend stationsgebouw uit het begin van de vorige eeuw werd in de jaren zeventig een gigantische vertrekhal aangebouwd. En dat in typisch communistische stijl: dus veel donkerbruin glas met felle, maar desondanks slechte verlichting. Via enkele zijsporen belanden we aan de andere kant van het station in Žižkov. Na een paar honderd meter komt het stadion van Viktoria in zicht. Tussen de huizen en de kantoren ligt een vrij groot terrein, waar een klein maar modern stadion gebouwd is. Een all-seater met plaats voor 5.000 mensen. Waarschijnlijk heeft hier niet zo lang geleden een groter stadion met sintelbaan gelegen. Het stadion bestaat uit een nette overdekte hoofdtribune en weinig bijzondere onoverdekte tribunes aan de andere lange zijde en achter een van de goals. Achter de andere goal bevindt zich geen tribune, maar wel een bar. Zo’n bar blijkt later een feature van meer stadions in Praag te zijn.


Leuk, zo’n voetbalstadion in je achtertuin.

Het stadion zelf is niet erg bijzonder, maar de ligging maakt veel goed: gebouwd tegen een heuvel, in een oude stadswijk en in de schaduw van de gigantische televisietoren die in de jaren tachtig in Žižkov is neergeplant.


Goed uitzicht vanaf het balkon.

AC Sparta Praha

De tram brengt ons naar halte Sparta, waar de beroemde voetbalclub de Toyota Arena bespeelt. In de volksmond heet het stadion nog steeds Letná naar het park waaraan het stadion grenst. Sparta (uit 1893) is met afstand de succesvolste club van het land. De club werd dertig keer kampioen en won zestien keer de beker. Het stadion trekt als enige belangstelling van andere groundhoppers: we moeten op een groepje Duitsers wachten voordat we onszelf kunnen vereeuwigen voor het bord van de Gambrinus Liga.

Letná is ook het enige stadion waar buiten de bar activiteit te bespeuren valt. Er staat zelfs een heuse portier in security-outfit, die ons laat weten dat we het stadion niet van binnen kunnen zien. Nou ja, dan maar er omheen lopen. Het Letná bestaat uit twee ringen, maar is desondanks niet overdreven groot; het stadion, waar ook interlands worden gespeeld, biedt plaats aan 18.761 toeschouwers. Zo te zien, zijn de huidige tribunes in de jaren zeventig gebouwd en daarna gemoderniseerd. Tegen de hoofdtribune is een nieuw hoofdgebouw aangeplakt. Het stadion is functioneel, maar niet imponerend.


Het stadion reikt net iets minder hoog dan de gebouwen.

Maar ook hier vergoedt de ligging een en ander: aan twee zijden liggen mooi vijf hoge woonkazernes en het uitzicht op het Letná-park is bijzonder. We mijden de McDonald’s die bij het stadion ligt, maar zoeken wel nog even de fanshop op. Het mooie bordeaux-rood van de Sparta-outfits is aantrekkelijk, maar voor we in de verleiding tot kopen kunnen komen, stapt een gezin bestaande uit een kaalkop, een vrouw met een schelle stem en twee luidruchtige kinderen de shop binnen. Inderdaad, Hollanders. We ontvluchten de fanshop voordat ze het ‘Que sera sera, wier cumming frum Emsterdem’ inzetten.


Wie heeft die glazen gevel tegen de tribune geplakt?

FK Dukla Praha

Ten noordwesten van het centrum ligt het sportcomplex van Dukla Praag. Dukla is net als Sparta, Slavia en Bohemians een omnivereniging waar diverse takken van sport beoefend worden. De club werd in 1948 opgericht als de sportclub van het leger. In de communistische tijd vergaarde Dukla een hele reeks kampioenschappen, maar door zijn achtergrond werd de club nooit populair bij het grote publiek. In de jaren negentig kwijnde de club weg. Reden om van Praag naar de provincieplaats Pribram te verkassen. Onder de naam FK Marila Pribram speelt men sindsdien in de hoogste Gambrinus Liga. Van Dukla bleef alleen de jeugdopleiding over. Na een fusie speelt er sinds enkele jaren weer een club onder de naam FK Dukla Praha op seniorenniveau. Vooralsnog echter in de lagere regionen van het Tsjechische voetbal.

De tocht naar Dukla brengt ons weer langs een paar fraaie staaltjes communistische stedebouw en architectuur. Achtereenvolgens een onoverzienbaar groot verkeersplein, een laan van zo’n tachtig meter breed en een voormalig legergebouw met een belachelijk hoge toren moeten we passeren voordat we Juliska bereiken.


Plek zat voor de honderd toeschouwers van FK Dukla Praha.

Daar ligt in een bosrijke omgeving een klassiek stadion met sintelbaan. In eerste instantie niet erg imponerend, maar als we een hoek omlopen krijgen we zicht op de imposante hoofdtribune. We kunnen ons nu wel voorstellen dat er 28.000 mensen in dit stadion kunnen. Verder valt er weinig bijzonders te zien, of het zou het elektronisch scorebord uit de jaren zeventig moeten zijn.


Knap staaltje moderniteit uit de jaren zeventig.

Tot zover Dukla. Helaas verworden tot een voetnoot in de voetbalgeschiedenis. Gelukkig hebben de uit Birkenhead afkomstige flauwekulpunkers van ‘Half Men Half Biscuit’ de club in jaren tachtig op tijd vereeuwigd in de klassieker ‘All I Want For Christmas Is A Dukla Prague Away Kit’.

Bohemians 1905

Op zoek naar Bohemians maken we een klassieke fout: niet goed op de kaart gekeken. We lopen met enige twijfels een heel eind langs een begraafplaats, als we opeens het groenwitte logo met de kangaroo zien. Helaas hebben we te vroeg gejuicht. We zijn hier niet bij het stadion, maar bij het nogal onderkomen sportcomplex van TJ Bohemians aangeland. Een nieuwe blik op de kaart leert ons dat we een eindje naar het zuiden moeten.

De tramrit is de moeite waard. Over een drukke weg komen we eerst langs het complex van Slavia Praag, waar tot een jaar geleden nog het oude stadion ‘v Edenu’ heeft gestaan. Vervolgens passeren we de flats van Vrsovice, de wijk waar Bohemians al honderd jaar speelt. Daarna levert de tram ons keurig af voor Ďolíček, de thuishaven van Bohemka. Zo zien we onze stadions graag: midden in een woonwijk, aan een drukke straat en aan drie zijden omgeven door woongebouwen.

Ook het verval valt helaas meteen op. Overal graffiti en veel betonrot. Een nieuw laagje witte en groene verf zou ook niet misstaan. In het stadion zelf zijn twee tribunes afgebroken. Aan de lange zijde resteert een aarden wal, achter één van de doelen liggen een roestige grasroller en andere rotzooi.


Waar is de tribune gebleven?

Mooi is de overdekte hoofdtribune met zitbanken. Bohemians biedt ons verder een zeldzaam inkijkje in zijn financiën: de deuren van de kassahokjes staan gewoon open! Geen wonder dat deze club bijna bankroet was.


Het pronkstuk van Ďolíček.

Bohemians speelt komend seizoen in de derde klasse. Niet best voor een club die enkele jaren geleden nog op het hoogste niveau speelde, maar het zal de supporters waarschijnlijk weinig interesseren. Die zijn allang blij dat de club ondanks alle financiële problemen nog steeds bestaat. Slechts dankzij een actie van de supporters, die geld bijeenbrachten en daarmee de licentie van de club kochten, kon de club van een faillissement gered worden.


Bohemians is in verval, maar de kangaroo staat nog fier overeind.

Hopelijk zal het de kangaroos dan weer beter gaan. Maar de gouden tijden van de jaren tachtig zullen wel nooit meer terugkeren. Toen schakelde Bohemka in de UEFA-cup het Ajax van Van Basten, Rijkaard, Koeman, Vanenburg en Gasselich in een uitverkocht Ďolíček na penalty’s uit. Dit stadion volgepakt met 13.000 mensen: alleen al het idee bezorgt je kippenvel. Ďolíček is een waar voetbalmonument. Onbegrijpelijk dat dat gezin frum Emsterdem er niet was. Of zaten die in de bar hun verdriet van twintig jaar geleden te verdrinken?

SK Slavia Praha

De laatste etappe leidt naar het sportcomplex Strahovský. Hier ligt het nationale stadion Evžena Rošického. Wij willen de steile beklimming met de kabelbaan afleggen, maar zien daar gezien de wachtrij toch maar van af. Die verandering van plan leidt tot een zware fysieke inspanning. Jongens, wat is die heuvel in het Petřín steil. Na een half uurtje klimmen en een half uurtje uitpuffen bij de uitkijktoren lopen we naar het sportcomplex.


Evžena Rošického is klaar voor het nieuwe seizoen.

Daar speelt Slavia Praag, opgericht in 1893, sinds 2000 in het stadion Evžena Rošického. Een geheel overdekt stadion, bestaande uit een losse hoofdtribune en een aaneengesloten tribune rond de rest van de sintelbaan. In de jaren zeventig gebouwd en inmiddels geheel voorzien van kuipstoeltjes. Geen spectaculair, maar wel een degelijk en goed onderhouden stadion. Geschikt voor 19.032 toeschouwers.


Let op de lichtmast achter de hoofdtribune: daar ligt het derde van drie stadions op een rij in Strahovský.

Toch kan ik mij voorstellen dat de supporters van Slavia niet blij zijn met de verhuizing naar het Strahovský. Slavia speelt sinds de jaren vijftig in de wijk Vrsovice, maar het Strahovský ligt juist aan de andere kant van de Moldau en is niet echt gemakkelijk bereikbaar. Bovendien kan het huidige stadion qua sfeer niet concurreren met het oude v Edenu. Dat stadion, met een mooi, maar onveilige houten hoofdtribune, is een jaar geleden afgebroken. Op dezelfde plaats moet in de toekomst een nieuw stadion met capaciteit voor 21.500 toeschouwers verrijzen.

Problemen rond financiering en het grondeigendom voorkomen de daadwerkelijke bouw echter al jaren. Tot frustratie van de Slavia-supporters, die eigenlijk alleen op Eden willen spelen en bovendien zien dat hun club door de onzekerheid steeds verder achterop raakt bij rivaal Sparta. En dat terwijl de club na de moeizame tijden tijdens het communisme juist weer aansluiting leek te vinden bij de grote vooroorlogse bloeiperiode, waarin de meeste van de tien kampioenschappen werd gevonden en in 1938 ook nog de in Midden-Europa legendarische Mitropa-cup werd gewonnen.

Spartakiádní

De blikvanger van het Strahovský is niet het Evžena Rošického -stadion, maar het Spartakiádní. Ook een stadion, maar dan wel een stadion van een geheel andere orde. Wat de St.Pieter is onder de kathedralen, is het Spartakiádní onder de stadions. Alles is drie keer zo groot als normaal. Het Spartakiádní heeft een binnenterrein van zes hectare en biedt plaats aan 250.000 toeschouwers. Wat moet je met zo’n monsterlijk groot bouwwerk?


Handig zo’n loopbrug van het ene naar het andere stadion.

Daarvoor moeten we even in de Tsjechische geschiedenis kijken. Voor de oorlog organiseerde de grote turnvereniging Sokol al massale gymnastiektournooien waar duizenden mensen groepsgewijze oefeningen pleegden. Op die traditie bouwde de communistische leider Klement Gottwald voort toen hij in 1955 het Spartakiádní liet bouwen. Het stadion diende als toneel voor de Spartakiaden, de grote nationale sportbijeenkomsten waaraan de Tsjechische jeugd massaal deelnam.


Dit is echt de korte zijde hoor.

Na de val van het communisme viel het enthousiasme voor de Spartakiaden onder de jeugd onbegrijpelijk snel weg. En dus leidde het Spartakiádní een kwijnend bestaan. Het diende een tijdje als autokino, er zijn speedwayraces gehouden en de Stones hebben er opgetreden, maar verder niets.


Genoeg trappen om 250.000 mensen naar buiten te laten?

Totdat Sparta Praag enkele jaren geleden besloot het stadion als oefencomplex te gebruiken. Inmiddels liggen niet alleen de kantoren en kleedkamers op het binnenterrein, maar zijn er ook negen voetbalvelden aangelegd. In een hoek onder het stadion zit ook nog een Suzuki-dealer verstopt. Commerciële activiteiten om een stadion rendabel te maken. Waarvan kennen we dat concept?


Uniek concept: negen voetbalvelden in één stadion.

Vanuit het Spartakiádní dalen we de berg weer af. We steken de Moldau over en begeven ons naar het fameuze bierlokaal U Fleků. Tijd voor de evaluatie. Twee doorsnee-stadions, twee bijzonder mooi gelegen stadions, een schitterende hoofdtribune en een monsterlijke rariteit. Geen slechte oogst. Doe nog maar een pivo.

Peter Meijers