Pages Navigation Menu

Spreekbuis van de Lateral Boys

Categories Navigation Menu

Weekend London, Deel II

Weekend London, Deel II

Na een dag waarin we door diepe dalen gingen en hoge toppen scheerden is het tijd om een adempauze in te lassen. Doordat iedereen dermate vermoeid is zal nadenken over de dag van morgen dan ook niks meer zijn voor vandaag. Deel II van de Engeland-trip, georganiseerd door de SV Nao Veure…

 

 


Na een diepe slaap van een paar uur trek ik mijn ogen weer open. Ik grabbel mijn GSM van mijn nachtkastje en zie dat de wekker over een paar minuten afloopt. Vandaag staat een groundhopsessie op het programma, maar waarom niet nog even in bed blijven liggen? ‘Goed plan’, zeg ik tegen mezelf en zet de wekker op 08.30 am. Links van mij droomt nog iemand van een uitoverwinning bij Arsenal, maar dat zal voor een volgend seizoen zijn.

Na een twintigtal minuten is het genoeg geweest en stap ik uit bed. Eerst mijn rechterbeen, waarna mijn linker volgt. In diezelfde volgorde stap ik ook over de rand van de badkuip. Na een verkwikkende douche kleed ik me aan en ondertussen begint ook kamergenoot Guido weer bij zijn positieven te komen. Die eerste dag is voor iedereen aardig zwaar geweest.

Vandaag verlaten we alweer het Fox and Goose hotel en dus kan de tas worden ingepakt. Nadat ik me ook heb aangekleed en de veters van mijn groundhopschoenen heb gestrikt, kijk ik op mijn horloge. Ah, 09.05 am. Dat is mooi op tijd! Als ik de tv even aanzet, zie ik tijdens het ochtendnieuws linksboven een klokje in beeld. En ja, inderdaad, ik ben vergeten de klok een uur terug te zetten. Het is dus helemaal geen vijf over negen, maar vijf over acht. Maar ja, dat komt ook wel weer goed uit. Een mooi uur om Jeroen eens te gaan bellen. Nadat de telefoon is overgegaan neemt een in lichte comateuze toestand verkerende Jeroen op. Mooi zo, hij leeft nog! Ook Joris hoor ik op de achtergrond mompelen, dus dat is dubbel zo goed nieuw. En nu maar hopen dat de korenwolven in hun badkuip niet zijn verdronken.

In de ontbijtzaal is de tafel gedekt voor 27 personen en als één van de eersten schuif ik aan. Ook de anderen volgen dra, al kan ik niet geloven dat er daadwerkelijk 27 personen zullen gaan ontbijten. Nadat het wegwerken van ons continental breakfast en het verdelen van Julians jam wordt nog even nagekaart over de dag die achter ons ligt en het groundhoppen van vandaag.

Aangezien West Ham United – Wolverhampton Wanderers lang en breed is afgelast gaan we maar wat stadions bezoeken. De namen van Wembley, Queens Park Rangers, Fulham en Chelsea vallen. Die stadions liggen dicht bij elkaar, waarbij we vanuit ons hotel de overspanning boven Wembley kunnen zien. Reisleider Christian hakt de knoop vervolgens door: allereerst naar Chelsea!

Er zit nog enige speling in ons schema, waardoor we nog snel een supermarkt kunnen visiteren. Immers, er is geen bier meer voorhanden. Daarbij is er een eindje verderop Foster’s beschikbaar en dat schijnt net even iets anders te zijn dan Belgische of Limburgse bieren. Buiten is de temperatuur inmiddels boven het vriespunt gekomen en de sneeuw begint al wat te smelten. Na het inladen van enkele sixpacks van genoemde bierbrouwer en het verorberen van een Yorkie candy bar (which is definitely not for girls) is het tijd voor het maken van een groepsfoto. Gelukkig hebben we onze Vak C-vlag bij ons; die mag natuurlijk niet ontbreken.


Vak C is aardig vertegenwoordigd in London

Als de Big Ben aangeeft dat het middag is, stappen we in op de Central Line, eastbound. Tussenstation zal Notting Hill Gate worden, alwaar we moeten overstappen op de District Line. Omdat de trip wel enige tijd in beslag neemt en meligheid zich meester maakt van sommigen onder ons, wordt een beetje de draak gestoken met medepassagiers in het metrostel. Uiteindelijk zitten we zo ongeveer alleen in het metrostel en dat begint toch zwaar door te wegen. Als dan ook nog de laatste charmante jongedame wat verderop het metrostel verlaat, klinkt een voorzichtig ‘ohhhh…’ door de ruimte. Niet vaak heb ik iemand zo lief zien blozen en glimlachen.

Als we in station Notting Hill Gate weer boven de grond uitkomen, blijkt dat overstappen op de District Line onmogelijk is vanwege werkzaamheden aan het spoornet. Na wat heen en weer geloop komen we uit bij een bushalte waar de bus zal stoppen die ons naar High Street Kensington gaat brengen. Omdat de bus ook langs Fulham Broadway komt, blijven we maar zitten. We hebben al genoeg gestaan en eens even zitten kan geen kwaad. Een keer bovengronds door London reizen is ook plezant, zeker als je op de eerste etage van de bus hebt plaatsgenomen. Het links rijden blijft een vreemd fenomeen voor ons, maar niet voor de buschauffeur. Zonder schrammen of blutsen bereiken we Fulham Broadway.

Als we om ons heen kijken valt Stamford Bridge in geen velden of wegen te bekennen. Dan vraag je toch gewoon even de weg aan een vriendelijke Londenaar? Natuurlijk, no problem. De Londenaar met Afrikaanse wortels vertelt me dat we de straat moeten uitlopen en aan het einde naar links moeten afbuigen. Dan kom je vanzelf bij Chelsea uit. Als de groep zich in gang zet richting Chelsea begint het heerschap echter vervelend te doen, want we zijn hem geld verschuldigd. Dat is nogal vreemd, want hij heeft ons nooit verteld dat zijn advies niet gratis zou zijn. Hij laat zich echter niet afschepen en is plots tevreden met wat kleingeld. Hij heeft namelijk geen huis en evenmin een baan. ’En een slecht gebit’, had ik eraan willen toevoegen, maar daar zal hij zeker niet om hebben kunnen lachen.

Als we bij de genoemde t-splitsing zijn aangekomen, moeten we plotseling naar rechts, want daar ligt namelijk Stamford Bridge, zo geeft hij ons te verstaan. We lopen dan wel mob-handed door de straten rondom het Chelsea-stadion, we willen nu ook weer niet in een ambush verzeild raken. We zijn best in voor een once-in-a-lifetime-experience, maar niet zo eentje. Scheldend en tierend, maar zonder ook maar één Penny, steekt hij over en beent weg. Joris zorgt nog voor enig oponthoud door het corrosieproces van een hekwerk te versnellen, maar uiteindelijk bereiken we toch Chelsea’s thuishaven.


Als we met Wil en Annette naar Chelsea gaan, weten we waar we moeten zijn

Frank Lampard kijkt ons dusdanig indringend aan dat we niet kunnen weigeren de megastore te bezoeken. Daar is het heel wat minder druk als bij Arsenal, maar vreemd is dat niet. Het is namelijk geen wedstrijddag. Inmiddels is duidelijk dat als we een beetje opschieten, we meteen kunnen instappen in een rondleiding door het stadion. Exit megatstore en snel naar de afdeling waar de rondleidingen starten.


Frank Lampard is met het verkeerde been uit bed gestapt

Voor £ 15 zijn we de man en voor £ 2 koopt het merendeel ook nog even een boekje over het stadion. Na het passeren van een draaideur kom je in een hoek van het stadion uit waar een ruimte als piepklein museum is ingericht. De maquette’s van zowel Stamford Bridge zoals het eruit zag in de jaren 70 alsook ‘The Bridge’ in haar huidige vorm zijn prachtig vormgegeven. Als je heel goed kijkt, zie je in de blauwe tribune met wit de tekst ‘Umbro’ verschijnen, een verwijzing naar Chelsea’s vroegere kledingsponsor.

Als een man op leeftijd informeert of er vandaag Chelsea-supporters aanwezig zijn en niemand ‘ja’ zegt, kan de tour beginnen. Allereerst passeren we de gewonnen FA Cup, welke Chelsea verleden seizoen heeft veroverd. Voor een verslag van deze wedstrijd, klik hier. Ook tal van andere zaken zijn te bezichtigen, zoals trofeeën, oude foto’s, porselein, oude voetbalschoenen en andere kleding, etc. Het meest tot de verbeelding spreken natuurlijk de shirts en ook daarvan zijn er heel wat tentoongesteld. Shirts zijn samen met shawls hét middel om te tonen welke club je aanhangt.


Ik heb een toe-toe-toeter op mijn Chelsea-scooter

Vanuit de hoek van het stadion lopen we naar ‘The Shed’. Van oudsher is dat de tribune waar de meest luidruchtige supporters van Chelsea zitten. Naast dit tribunedeel bevindt zich het uitvak. Een rij oranje stoelen markeert de scheidslijn tussen thuis- en uitvak en het is nog altijd verbazingwekkend dat zoiets in Engeland volstaat.

Via de East Stand (de hoofdtribune) lopen we richting perszaal. In deze zaal wordt uitgelegd hoe persconferenties in zijn werk gaan, dat de bar enkele uren is geopend en dat er ook nog warm eten wordt geserveerd. Met andere woorden: deze ruimte is ideaal voor onze Ben Dols! Na een praatje van onze tourguide en het terecht wijzen van enkele FC Volendam-supporters wordt de mogelijkheid geboden om zelf even achter het spreekgestoelte plaats te nemen. Omdat de microfoon nog aanstaat, maakt iedereen (inclusief enkele AC Milan-supporters) kennis met Jeroens aanstekelijke lach. Zelfs de tourguide moet er om grinniken.

Vanuit de perszaal gaat het richting kleedkamers. Wat opvalt is vooral de overdaad in de kleedkamer van de thuisclub. Massagetafels, ijskasten, een keuken, tv-schermen, twee badkuipen, etc. Het ontbreekt de spelers aan werkelijk niets. Vanuit de kleedruimtes lopen we richting speelveld. In een poging de werkelijkheid na te botsen, klinkt uit de luidsprekers het gejuich en gejoel van ongeveer 42.000 toeschouwers in het stadion. In het aangekochte boekje schrijft capatin John Terry dat je dit laat geloven dat er daadwerkelijk 42.000 fans staan te wachten voordat je het veld oploopt, maar dat valt wel tegen. We hebben wel meer stormen doorstaan in de loop der jaren.


Kleedkamer de luxe voor ‘The Blues’

Negen trapjes verder staan we aan de rand van het speelveld. Het veld betreden mag niet, aangezien er wekelijks 2.400 mensen een rondleiding nemen (à £ 15; kassa!) en als die allemaal over het veld lopen, blijft daar weinig van over. In de dug-outs worden nog enkele foto’s getrokken en na een paar minuten lopen we verder, terug naar ‘The Shed’. Omdat we nu eindigen op de eerste ring, hebben we ook mooi zicht op de West Stand. In de onderste tribunelaag staat de tekst ‘Chelsea’ in twee lagen boven elkaar. Erg mooi dat dingen die je van tv kent, je nu in werkelijkheid meemaakt.


Chelsea’s West Stand is geweldig!

Aangekomen in ‘The Shed’ dreunt onze tourguide nog even de erelijst op (drie kampioenschappen, vijfmaal FA Cup, driemaal League Cup, viermaal Community Sheild, tweemaal Europa Cup II en éénmaal de Europese Supercup), maar valt even stil als we informeren hoe vaak de Champions League is gewonnen.


Dit tribunedeel is vernoemd naar de verongelukte directeur Matthew Harding

Uiteindelijk eindigt de rondleiding in de megastore, maar dat is geen spek voor onze bek. Als een stel uitgehongerde wolven spoeden we ons naar een redelijke eetgelegenheid en die wordt warempel gevonden. Als de uiterst vriendelijke Alicia ook nog Yelle naar het toilet heeft begeleid zitten we in pole position om wat kracht op te doen om de terugreis aan te vatten.

Nadat iedereen wat is aangesterkt, stappen we weer in de bus, op weg naar Notting Hill Gate. Tijdens een tussenstop in White City worden nog een laatste keer wat groepsfoto’s gemaakt en begint het einde met rasse schreden te naderen. Als we na een five minute walk bij ons hotel arriveren staat de bus al te wachten. Iedereen stapt in, links en rechts worden nog wat trainingsbroeken aangetrokken, waarna Eddy de parking afrijdt. Een half uurtje later hebben we London achter ons gelaten en rijden we weer in zuidelijke richting naar de Eurotunnel.

Ondertussen is de film ‘Mean machine’ opgestart en geniet iedereen van de uitgekiende verhaallijn, het betere acteerwerk en het goddelijke voetbal dat in de film wordt vertoond. Zulk niveau hebben we al lang niet meer gezien in onze Trendwork Arena. Zelfs het keeperswerk doet terugverlangen naar vervlogen tijden toen mensen als Guido Budziak en Reinder Baart ons doel verdedigden.

Als Vinnie Jones en zijn kornuiten de cipiers uiteindelijk hebben verslagen arriveren we ook bij de Eurotunnel. Omdat we eerder in London zijn vertrokken, zijn we hier ook enkele uren eerder dan gepland gearriveerd. Allemaal geen probleem; Eddy rijdt de bus in de trein en even later zet deze zich in gang. Ondertussen is iedereen uit de bus en staat in de wagon te zingen en te springen. De andere passagiers aan boord van de trein hebben dit waarschijnlijk nog niet vaak eerder gezien en kijken hun ogen uit.

Als we eenmaal weer op de autosnelweg zitten, komt Gent alweer in zicht. Na een laatste tussenstop maken we ons op voor de finale uurtjes. Iedereen is behoorlijk uitgelaten omdat het een erg leuk en haast onvergetelijk weekend is geworden, ondanks de twee afgelaste wedstrijden.

Ongeveer 50 uur nadat we in Sittard zijn vertrokken zijn we weer terug thuis. Als iedereen zijn bagage uit de bus heeft gepakt keert de rust weder. Over een jaar staat er weer een trip gepland. Benieuwd waar deze ons dan heen zal voeren.

Tenslotte wil ik nog de SV Nao Veure bedanken voor de mooie trip. Het weer is het enige waarop je geen invloed kan uitoefenen en laat juist dat hetgeen zijn dat niet meewerkte. Desondanks heb ik geen enkele wanklank gehoord, zelfs niet van buschauffeur Eddy!

Rest mij slechts nog één liedje te zingen. En, ‘Don’t worry that it’s not good enough for anyone else to hear…

Michel Hennen