Pages Navigation Menu

Spreekbuis van de Lateral Boys

Categories Navigation Menu

Uitreiking Van der Padt trofee 2006/2007

Uitreiking Van der Padt trofee 2006/2007

De zomer is voorbij, de bal rolt weer. Daar waar de één aan de Spaanse Costa’s de bloemetjes buitenzet, de ander richting Italiaanse Rivièra trekt, is het voor de redactie van Fortuna Online telkenmale zaak om de Van der Padt-trofee uit te reiken. De heren spelers hebben het de redactie afgelopen seizoen extreem lastig gemaakt, vandaar dat we nu pas toekomen aan de uitreiking ervan…


De jury heeft zich de afgelopen maanden dermate vaak gebogen over de genomineerden voor de Van der Padt-trofee 2006/2007 dat voor zwaar rugletsel werd gevreesd. Was afgelopen seizoen minder pijnlijk dan de voorgaande? Nee hoor, maar van een uitgesproken laureaat is eigenlijk geen sprake. Om tal van redenen is het bij de meesten een ‘net-niet-verhaal’. De jury hanteerde de volgende selectiecriteria, uiteraard conform voorgaande seizoenen:

1) de speler in kwestie is een totale onbekende op het moment dat hij scoort
2) de gescoorde treffer is een lullige (en dus pijnlijke) goal
3) de doelpuntenmaker beleeft met zijn treffer zeer waarschijnlijk het hoogtepunt uit zijn professionele voetbalcarrière

De genomineerden
De jury heeft een lijst van genomineerden opgesteld. In willekeurig volgorde zijn dat de volgende spelers geworden:

Adil Auassar: de maand september begint desastreus voor de Sittardenaren. FC Dordrecht komt langs en geeft de formatie van Frans Körver een ongenadig hard pak op de broek: 0-4. In de tweede helft (met een 0-2 achterstand op het bord) probeert Fortuna nog wat aan te zetten, maar invaller Adil Auassar (zoon van de voormalig Schalke ’04-manager?) boort alle illusies de grond in. Zelfs een onbeholpen back uit de Dordtse eigen jeugd is capabel om te scoren tegen Fortuna. Dju, het moet toch niet gekker worden…

Auassar speelde afgelopen seizoen 30 wedstrijden, scoorde daarin drie maal en ontketende één vechtpartij door MVV’er Sven Litjens ‘kutmof’ te noemen. Of dat voldoende is voor de Van der Padt-trofee zal de toekomst uitwijzen…

Bart Freke: het is nog altijd september als Fortuna naar Rijnsburg trek om er de eerste ronde van de KNVB-beker zien te overleven. We komen bedrogen uit, want Rijnsburgse Boys blijkt een prima tegenstander! Ondanks alles moet je hier gewoon van winnen. Excuses zijn er niet. Bart Freke haalt de trekker in de slotfase over: 1-0. Het spel van Fortuna in deze wedstrijd sluit naadloos aan bij het overige beleid: het is er niet.

Dwight Eind: ook oktober is Fortuna niet goed gezind. Tijdens de wedstrijd tegen FC Omniworld weet Dwight Eind uit een 100% buitenspelsituatie 1-0 aan te tekenen. Het goed gevulde uitvak gaat door het lint, de spelers eveneens. Eind heeft hier totaal geen boodschap aan; in deze wedstrijd scoort hij één van de vier treffers in zijn 24 optredens gedurende het seizoen 2006/2007. Uitstekend moyenne om in aanmerking te komen voor een nominatie!

Dries Mertens: uit studentenstad Leuven afkomstige middenvelder scoort eind november de 0-1 voor AGOVV. Deze spijker genoot zijn opleiding bij ‘La Gantoise’ maar kwam een straatlengte tekort om voor het eerste elftal van de Buffalo’s in aanmerking te komen. Het niveau van de Nederlandse Jupiler League is een maat voor niks, dus Mertens weet zich keurig te handhaven. Het is louter te danken aan Grabovac” target=”_blank”>Zarko Grabovac dat de uitreiking van de Van der Padt-trofee nog niet voor de winterstop in een definitieve plooi ligt…

Petri Oravainen: volstrekte nobody uit ‘Het land van de 1000 meren’ beslist de strijd om de laatste periode door de bal middels een lob over Arjan Christianen te plaatsen. In 12 matchen komt deze rechtsbuiten tot het schamele aantal van vier doelpunten. Honderden Fortuna-hinchas in het uitvak hoopten vurig op een winstpartij, maar de lelijkste van alle genomineerden besliste anders. Kan het nòg pijnlijker???

De winnaar
Na lang wikken en wegen is de jury tot de conclusie gekomen dat geen van de genomineerden de Van der Padt-trofee editie 2006/2007 verdient. Zelfs het door Hans Erkens heilig verklaarde neurolinguïstisch programmeren levert bitter weinig op. Afgelopen seizoen zijn weliswaar pijnlijke nederlagen geleden, maar een rasechte ‘Van der Padt-er’ zat er toch niet tussen. Tsja, en nu? Geen uitreiking? Omdat de redactie toch veel waarde hecht aan traditie en deze in stand wil houden, grijpen we terug op de enige noodoplossing die ons resteert. We gaan naar de naamgever van de bokaal toe! Niemand die deze man kent (ook de redactie niet) en daar moet dan maar eens verandering in worden aangebracht.

Wat valt Arie van der Padt eigenlijk te vragen? Goh, wat niet eigenlijk? Weet hij nog alles van ‘zijn’ moment? En wat is er nadien gebeurd met hem? Omdat allemaal te weten te komen, hebben we maar eens contact opgenomen met deze Hagenaar…

Proloog
Het seizoen 2006/2007 is nog maar net afgelopen als bovenstaande kwestie aan de orde komt. Omdat de jury maar niet kan besluiten wie nu te eren, wordt geopperd om Arie van der Padt maar zèlf te gaan benaderen. Na een e-mail aan het secretariaat van Sportvereniging Loosduinen is het Arie zelf die per e-mail contact met ons opneemt. Hij heeft ook zijn GSM-nummer bijgevoegd en met het zweet in de hand wordt de naamgever van onze trofee gebeld. Er wordt afgesproken om na de zomerstop nogmaals contact op te nemen. Omdat we Arie het liefst aan het werk zien in zijn huidige functie bij SV Loosduinen, wordt afgesproken een training te visiteren.

Het is 17.30 uur als we onze voiture de wereld insturen die fileleed heet. Na knooppunt Kerensheide te hebben gepasseerd rijden we de eerste fuik in. Uit de speakers schalt Propaganda met haar nummer Duel; het verzacht de filepijn enigszins. Voordat alles een eind heeft zoemen we weer op kruissnelheid over de A2 richting Eindhoven.

Met de TomTom in de hand rijden we door het ganse land; ruim twee uur na vertrek staan we aan de rand van Rotterdam. We verheugen ons al een beetje op de Van Brienenoordbrug. Mocht Leo Beenhakker op de achterbank hebben gezeten, dan hadden we eens zijn gevoel van ‘thuiskomen’ mogen meebeleven. Helaas, vóór Rotterdam worden we richting de zuidas van de Rotterdamse Ring gedirigeerd. Via het havengebied en de Beneluxtunnel zetten we koers richting Hofstad. Aan boord wordt alles al een eerste maal doorgenomen en blijkt dat de chauffeur, in tegensteling tot ondergetekende, niet aanwezig is geweest bij de beruchte wedstrijd Fortuna-TOP Oss. De chauffeur zat op dat moment in Engeland. Het feit dat de hij zich niet meer exact kan herinneren bij welke wedstijd hij destijds aanwezig was, geeft mij de bevestiging dat het om een niemandalletje ging.


Fl. 5,- betalen en dan Arie van der Padt zien scoren. Pfff…

Op de Burgemeester Elsenweg tussen Vlaardingen en Den Haag worden we ingehaald door een kopie van de auto van de Dukes of Hazard, een Dodge Charger ’69. Op de bijrijdersstoel zit niet Bo of Luke, maar een ons aankijkende blondine. Tot op het moment van vandaag zijn we er nog niet uit wie van beide de meeste kilometers op de teller heeft staan, de blondine of de Dodge…

Via Naaldwijk rijden we dan al snel Den Haag binnen en niet veel later staat aan de rand van een sloot een bordje met ‘S.V. Loosduinen’ te pronken. Bestemming bereikt.

Op het complex van SV Loosduinen haspelt op dat moment een deel van de selectie een training af. Wat we zien? Ehh, shirtjes van Ajax, Feyenoord, Olympique Lyonnais, Real Madrid… Een enkeling waagt zich in een shirtje van ADO Den Haag of volstaat met het dragen van ADO Den Haag-sokken. In de kantine worden we opgevangen door elftalleider Frans Helvensteijn. Een hele beschaafde man, typisch SV Loosduinen? In een hoek van de kantine zit een aantal (oud-)leden op leeftijd te kaarten. Maandag kaartdag.

SV Loosduinen blijkt een hele rustige familieclub te zijn waar normen en waarden nog hoog in het vaandel staan. De club speelt al haar wedstrijden op zaterdag en op wedstrijddagen mag er bijvoorbeeld een aantal uren niet worden gerookt in de kantine, omdat dan de jeugd speelt. Het komt op ons een beetje vreemd over, maar het sluit wel naadloos aan op de tekst aan de buitenkant van de kantine. Verder wordt er een beetje meewarig gedaan over het ADO Den Haag-publiek. Men voelt zich niet verbonden met de Haagse probleemsupporters…


Een parel van een spreuk, een zeldzaamheid in het voetbal!

Verder valt het ons op dat de kantine niet over een tapinstallatie beschikt en over een barjuffrouw evenmin. Op de bar ligt een schriftje waar iedereen keurig zijn verbruik in noteert. Ongelofelijk!

Na enige tijd zwaaien de klapdeurtjes van de kantine open en komt een vroege veertiger op ons afgelopen en reikt ons zijn hand. Het is Arie van der Padt! Omdat het een beetje onrustig is in de kantine, strijken we neer in een zijruimte van de kantine. Erg leuk om persoonlijk kennis te maken met de man die ons zo een kater heeft bezorgd en dus de hoogste tijd om nog eens terug te blikken op hetgeen zich toen heeft afgespeeld.

Arie, kun je aangeven hoe je in het profvoetbal terecht bent gekomen? Bij welke clubs heb je allemaal gespeeld?
‘Ik ben begonnen bij HMSH in Den Haag, dat staat voor Houdt Moedig Stand Haag. Daar heb ik negen seizoenen in de jeugd gespeeld. Ik ben toen overgestapt naar RVC. Daar kon ik op een hoger niveau spelen en me verder ontwikkelen. RVC is één van de voorlopers van het huidige Haaglandia. RVC was destijds al een goede club en ik speelde er in de regionale B-jeugd, in de landelijke A-jeugd en nog twee seizoenen in het eerste elftal.

Van daaruit ben ik naar FC Velsenoord getrokken. Ik studeerde aan het CIOS in Overveen en ben daar in het eerste elftal gaan spelen. Ik maakte toen al mijn doelpunten en dan komen de contacten met de profwereld als vanzelf. Ik kon destijds naar Telstar, maar heb die stap niet gezet. Telstar was toen een club die niet zo goed was georganiseerd en had daar gewoon niet zo een trek in. Ik ging bij Hoofdklasser TONEGIDO in Voorburg spelen en scoorde daar 22 goals in één seizoen. Op dat moment had ik de clubs min of meer voor het uitkiezen. Er waren contacten met Excelsior, FC Den Haag en Sparta. Rick Hoogendorp is een generatiegenoot van me en we waren aan elkaar gewaagd. Hij koos uiteindelijk voor FC Den Haag, omdat ik naar Sparta trok. Die club speelde toen Eredivisie en ik tekende er mijn eerste profcontract.’

Plotsklaps stapte je over naar TOP Oss. Hoe kwam die overgang tot stand en waarom heb je die stap gezet? Hoe was je situatie bij Sparta en met wie speelde je daar samen?
‘Als je vanuit het amateurvoetbal de overstap maakt naar de profwereld heb je eerst een periode nodig om je aan te passen. Dat is lastig, zeker omdat ik weinig aan spelen toekwam. Niet gek natuurlijk, want ik moest opboksen tegen spelers als Dennis de Nooijer, Milko Pieren, Arjan van der Laan en Carlos Fortes. Niet de minste natuurlijk. Ik speelde daar voornamelijk in het tweede elftal totdat in februari Hans Dorjee contact met me opnam en vroeg of ik niet bij TOP wilde komen voetballen. De keuze tussen Sparta-2 en TOP-1 was snel gemaakt, ondanks dat TOP in de Eerste Divisie speelde.’

Hoe heb je je tijd bij TOP Oss ervaren? De club kwam vanuit het amateurvoetbal en was een groentje in de Eerste Divisie. Heb je daar vaak gespeeld?
‘TOP kwam weliswaar uit het amateurvoetbal, maar er stond toch een degelijke organisatie, op poten gezet door voormalig RKC-doelman Herman Teeuwen. De club beschikte over een ervaren trainersstaf met Hans Dorjee als hoofdtrainer en Ruud Kaiser en Jan van Deinsen als zijn assistenten. Ook het elftal herbergde heel wat kwaliteit met spelers als Paul Nortan, Winnie Haatrecht en Remko Torken. We speelden goed voetbal en deden mee om een plek in de nacompetitie, die we op een haar na misten. Ik speelde meestal en ook goed. Ik heb wat doelpunten gemaakt en dat is toch fijn als nieuw bent in het profmetier. Ik kreeg eindelijk de kans om te laten zien wat ik kon en wilde me dolgraag bewijzen.’

De oprichter van Fortuna Online en één van de initiators van de Lateral Boys heeft een zwak voor Jan van Deinsen. In zijn MVV-periode wist hij tv-optredens meermaals te kruiden met enkele markante uitspraken. Van Deinsen was assistent-trainer toen jij bij TOP Oss speelde. Kun je ons nog een leuke anekdote aan de hand doen?
‘Tsja, Jan van Deinsen. In de tijd dat ik hem meemaakte was dat een hele leuke, rustige man. Hij was assistent van Hans Dorjee en dat kan ermee te maken hebben dat hij zo rustig was. Ik weet eigenlijk niet of destijds al permanent een leesbril op zijn voorhoofd stond. Het is ook al zo lang geleden…’

Op enig moment stond de uitwedstrijd tegen Fortuna Sittard op het programma, destijds lijstaanvoerder. Speelde je die wedstrijd in de basis? Het is alweer heel wat seizoenen geleden, maar je kunt je dat vast nog wel allemaal herinneren. Kun je daar eens iets meer over vertellen?
‘De uitwedstrijd tegen Fortuna was de wedstrijd dat ik voor het eerst in de basis startte. De wedstrijd werd dubbel speciaal omdat ik toen ook mijn eerste goal in het profvoetbal maakte, iets dat me altijd zal bijblijven. Ik was toen nog erg jong en dan beleef je zoiets min of meer in een roes.

Ik weet nog dat er in de eerste helft een vrije trap werd genomen vanaf de rechterkant die door alles en iedereen werd gemist. Van redelijk dichtbij kon ik de bal met mijn linkerbeen in het doel schieten. Het was niet moeilijk, gewoon een kwestie van op de juiste plek staan. Ik scoorde aan de zijde van het uitvak en was door het dolle heen. Mijn teamgenoten renden op me af en moesten me echt kalmeren, zo blij was ik!

In de tweede helft schoot ik de bal nog op de paal, maar meer moet je me echt niet vragen. Zoals gezegd, ik was erg blij met mijn eerste basisplaats en mijn eerste profgoal.’

In die tijd speelde TOP Oss met ‘Chicken Tonight’ als shirtsponsor. Doelpunten werden in die tijd nog wel eens met het opvoeren van de vogeltjesdans (‘klapperen’ met de ellebogen) gevierd. Heb je je doelpunt toen ook zo gevierd? Zo ja, kun je de vogeltjesdans dan nogmaals opvoeren?
‘Haha… Ja, inderdaad, dat stond op onze shirts. Maar ik was blij, confuus en wat dies meer zij. Mijn teamgenoten moesten mij zogezegd temperen. Ik besefte dat dit mijn eerste goal was in het profvoetbal, iets waar ik van kinds af aan van had gedroomd. Aan de vogeltjesdans heb ik geen moment gedacht, haha.’

Toen de speaker omriep dat TOP Oss op 0-1 was gekomen en erbij vermelde dat de doelpuntenmaker Arie van der Padt heette kwam dit bij ons als een mokerslag aan. Besefte je de impact van die goal op dat moment?
‘Nee, natuurlijk niet. Als je net komt kijken leef je een beetje met oogkleppen op. Ik was altijd erg gefocust en dan heb je van zoiets geen weet. In die tijd speelde ik ook in het Nederlands Militair Elftal, samen met onder meer Robert Loontjes. Hij kwam voor de wedstrijd naar me toe en zei nog dat ik niet mocht scoren, haha. Helaas, mijn goal bleek achteraf de winnende te zijn’

Wat gebeurde er voor de rest nog in die wedstrijd? We nemen aan dat er een belegering van Fortuna-zijde op het doel van TOP Oss volgde?
‘Goh, daar vraag je me wat. Ik schoot in de tweede helft nog op de paal. Voor de rest weet ik daar niks meer van.’

Wat is er na die goal nog allemaal met je gebeurd? Was dat doelpunt inderdaad hèt hoogtepunt uit je carrière? Een Belgische connectie heeft ons verteld dat je nog in België hebt gespeeld. Kun je daar iets meer over vertellen?
‘Pff, dat is even een verhaal. Dat doelpunt was niet echt het hoogtepunt. In datzelfde jaar scoorde ik nog een hattrick tegen Telstar. In die tijd werd beloonde Voetbal International de ‘topscorer van de week’ nog met een paar nieuwe voetbalschoenen. René van den Brink van De Graafschap scoorde dat weekend óók driemaal. Ik heb die voetbalschoenen nooit gezien, dus die zullen wel naar hem zijn gegaan. Overigens wilde de Graafschap mij na dat seizoen kopen, maar omdat zij promoveerden ging dat niet door. Ik was een onbekende speler en zij kochten toen Eric Viscaal. TOP wilde mij best houden, maar dat ging ook niet door. Als ik naar Sparta zou tergkeren, moest ik opboksen tegen dezelfde spelers als voor de winterstop. Ik koos voor FC Den Haag.

Bij FC Den Haag kreeg ik te maken met trainer Theo Verlangen. Hij hanteerde methodieken uit de prehistorie. Zo moesten we naar een berm met brandnetels rennen en een sliding inzetten, puur om slidings te oefenen. Ook moesten we over doeltjes springen. Dat was lachen, zeker als je dit Dik Heesen ziet doen, haha! Het jaar nadien nam Marc Wotte het over en die heeft mij nooit een eerlijke kans gegeven. Hij liet me nooit spelen en zei toen dat ik te weinig had laten zien. Dan knapt er iets bij je.

Op vakantie kwam ik in contact met iemand die me weer in contact bracht met Kees van Vossen. Die regelde me een contract bij Beerschot. Voor mij persoonlijk een leuk jaar, al degradeerden we uit de Tweede Klasse.


Arie van der Padt, netjes in het Panini-album!

Ik bouwde daar een naam op; er was interesse van Denderleeuw en KV Mechelen, maar vertrok naar Union. Iksorak geen woord Frans, maar toch heb ik me daar vermaakt. Ondanks dat ik in Derde Klasse speelde, was ik nog altijd prof. Ik leefde echter niet als een prof (laat in en uit bed) en  kende er nogal wat blessureleed. Het bracht me aan het twijfelen; ik kon weliswaar bijtekenen, maar keerde tòch terug naar Nederland. Ik kende de trainer van VV Wilhelmus en besloot daar te gaan voetballen. Ik kreeg via hen ook een baan en dat sprak me meer aan dan op dezelfde voet nog twee jaar doorgaan bij Union.’

Je bent nu al een paar jaar aan SV Loosduinen verbonden. Hoe komt iemand die betaald voetbal heeft gespeeld bij SV Loosduinen terecht?
‘Nou, ik stapte vanuit de profwereld niet per direct over naar SV Loosduinen. Na VV Wilhelmus speelde ik nog een periode bij TONEGIDO. We wonnen de KNVB-Beker voor amateurteams, wonnen de Super Cup en speelden elk seizoen om het kampioenschap. Een toch wel succesvolle periode bij een goede club.

Toen ik wat ouder werd, ben ik naar SV DWO in Zoetermeer gegaan. Zij hadden grootse plannen en wilden met mij weer hogerop geraken. Dat sprak me aan en ik maakte dat seizoen, ondanks een afwezigheid van vijf wedstrijden 17 goals. Toen een sponsor afhaakte konden de ambities snel de prullenbak in en via via kwam ik bij SV Loosduinen terecht.

Nadat ik eerst enkele seizoenen als speler aan de club was verbonden, ben ik er trainer/speler geworden. De toenmalige trainer werd op straat gezet en aan mij werd gevraagd het over te nemen. Ik stemde toe, maar heb wel schoon schip gemaakt. Ongemotiveerde spelers vlogen buiten, evenals kaderleden waarmee ik niet op één lijn zat. Dat sorteerde effect: we hebben ons toen op eigen kracht gehandhaafd in de Derde Klasse.

Het seizoen daaropvolgend ben ik assistent-trainer geworden bij de buren van SV Loosduinen, RKSV GDA. Na zeven maanden werd ik echter benaderd om terug te keren. Ik werd trainer bij SV Loosduinen. We degradeerden weliswaar kansloos, maar dat stelt ons nu in staat een frisse start te maken in de Vierde Klasse. Met jonge jongens uit eigen jeugd willen we komend seizoen meedoen om een periodetitel’

Hoe kijk je terug op je carrière? Wij waren in de veronderstelling dat je maar één wedstrijd prof was geweest en maar één doelpunt hebt gescoord. Maar dat blijkt dus een misvatting.
‘Op het moment dat ik prof kon worden, heb ik dat meteen gedaan. Ik kon kiezen tussen clubs en heb gemeend de beste keuze te maken. Na een seizoen Sparta en TOP kwam ik bij FC Den Haag terecht. Naarmate je ouder wordt maak je dingen mee die niet 100% stroken met je eigen normen en waarden. Dat brengt je aan het twijfelen.

Toen ik een klein kind was riep ik altijd dat ik later profvoetballer wilde worden en dat is gelukt. Ik hoef in ieder geval nooit te zeggen ‘als dit, als dat’. In mijn periode was er van Sport 7 of een Bosman-arrest nog geen sprake en rijk ben ik er niet van geworden. Desondanks is het een mooie tijd geweest en heb ik overal mijn doelpunten gemaakt. Op enig moment kom je echter op een punt dat je moet kiezen tussen profvoetbal en een maatschappelijke carrière in combinatie met amateurvoetbal. Ik heb toen voor dat laatste gekozen en heb na mijn profcarrière ook daar nog mooie jaren beleefd. Nu train ik bij een echte familieclub en dat bevalt me ook. Ik ben tevreden.’

De uitreiking Na afloop van het vraaggesprek volgt het officiële gedeelte. We zijn niet met lege handen gekomen en overhandigen Arie de welverdiende Van der Padt-trofee 1994/1995. Hopelijk weet hij er een mooi plekje voor te vinden. Verleden jaar werd door FC Lisse-elftalbegeleider Dirk nog verkondigd dat er maar vijf goede mensen uit Den Haag komen (Golden Earring en Michael Boogerd), maar wat ons betreft mag dit lijstje met Arie van der Padt worden aangevuld.


Arie met zijn eigen trofee editie 1994/1995!

Inmiddels is de kantine leeggestroomd. De heenreis verliep vlekkeloos, al liet het navigatiesysteem ons een heel stuk binnendoor rijden. De Randweg om Den Haag lijkt ons een beter alternatief en Arie stelt voor een stukje achter hem aan te rijden.

We stappen beide in onze bolides (de zijne een klein maatje groter dan de onze) en op enig moment slaat hij linksaf Den Haag in. Wij rijden rechtdoor en niet veel later staan we aan de noordrand van Rotterdam. Als ook deze hindernis is genomen kan de reis op automatische piloot vervolgd worden.

Met een gevoel van tevredenhed bereiken we omstreeks 01.00 uur de Westelijk Mijnstreek en zit de uitreiking erop. Dit seizoen gaan we wederom op zoek naar een echte ‘Van der Padt-er’. Heren (onbekende) spelers, sla toe en het liefst op onverwachte momenten!

Michel Hennen